|
1. 6% btw - 5 jaar wordt definitief
2. Revalorisatiecoëffinciënt aanslagjaar 2012 (inkomsten 2011)
3. Aftrek risicokapitaal aanslagjaar 2012 (notionele intrestaftrek)
4. Pensioensparen aanslagjaar 2012
5. Debetrente rekening-courant aanslagjaar 2011
6. Fiscaal aftrekbare giften anno 2011
7. Sociaal: het win-win plan - ook in 2011 een belangrijk aanwervingsplan
8. Sociaal: de nieuwe loonbedragen 2011 zijn gekend
1. 6% btw - 5 jaar wordt definitief
Het verlaagde btw-tarief van 6% is van toepassing op de uitvoering van renovatiewerken aan woningen die ouder zijn dan 5 jaar. Deze ouderdomsvoorwaarde werd een tiental jaren geleden verminderd van 15 jaar naar 5 jaar. Dit was echter slechts een tijdelijke maatregel die, in principe, eind 2010 zou aflopen. Er werd toen beslist om de ouderdomsvoorwaarde van 5 jaar tijdelijk te verlengen tot eind juni 2011.
Bij de opmaak van de begroting voor 2011 heeft de regering beslist om het verlaagde btw-tarief van 6% voor de renovatie van woningen tussen 5 en 15 jaar definitief te verlengen! Dit betekent dat de einddatum van juni 2011 komt te vervallen waardoor woningen ook in de toekomst slechts 5 jaar oud moeten zijn om werken aan 6% te kunnen factureren.
Terug naar begin
2. Revalorisatiecoëfficiënt aanslagjaar 2012 (inkomsten 2011)
Wanneer u als bedrijfsleider een (gedeelte van) een onroerend goed verhuurt aan uw vennootschap, wordt de huur maar voor een maximumgrens als onroerende inkomsten beschouwd (en dus lager belast). Voor inkomsten 2011 bedraagt deze grens: KI x 5/3 x 3,97. Ontvangt u van uw vennootschap op jaarbasis meer dan dit grensbedrag, dan wordt het surplus als bezoldiging beschouwd.
Terug naar begin
3. Aftrek risicokapitaal aanslagjaar 2012 (notionele intrestaftrek)
Als u de winsten in uw vennootschap houdt, kan u sinds enkele jaren genieten van een bijkomende belastingaftrek, nl. de aftrek voor risicokapitaal. Voor het boekjaar 2011 (aanslagjaar 2012) daalde dit percentage van 4,473% naar 3,425%. Voor KMO’s mag hier 0,50% bijgeteld worden.
Terug naar begin
4. Pensioensparen aanslagjaar 2012
Voor 2011 is het maximale bedrag voor het pensioensparen met 10 € opgetrokken. U kan fiscaal maximaal 880 € aftrekken ten opzichte van 870 € in 2010.
Terug naar begin
5. Debetrente rekening-courant aanslagjaar 2011
Voor 2010 (aanslagjaar 2011) werd onlangs de referentievoet voor de debetrente vrijgegeven. Als u een schuld heeft aan uw vennootschap (debetstand rekening-courant), bedraagt de toe te passen rente op de gemiddelde stand van deze rekening-courant voor 2010 9,00% (10,30% voor 2010). Dit wordt door de fiscus opgelegd.
Terug naar begin
6. Fiscaal aftrekbare giften anno 2011
Vanaf 1 januari 2011 moeten de giften in geld, gedaan aan een instelling die gemachtigd is fiscale attesten uit te reiken in het kader van aftrekbare giften, per kalenderjaar tenminste 40 € bedragen om recht te geven op een fiscale aftrek.
Terug naar begin
7. Sociaal: het win-win plan - ook in 2011 een belangrijk aanwervingsplan
Het win-winplan is een van de belangrijkste maatregelen van de regering-Leterme II inzake werkgelegenheid. Deze maatregel helpt immers de werkgelenheidsgraad van de meest kwetsbaar geworden personen op de arbeidsmarkt te verhogen.
Deze versterkte activering van de werkloosheidsuitkeringen is echter tijdelijk en geldt voor aanwervingen die in de loop van 2010 of 2011 plaatsvinden. De maatregel is vooral bedoeld om de gevolgen van de crisis te bestrijden. Alhoewel het win-win aanwervingsplan interessanter was in 2010 blijft ook 2011 de moeite waard.
Wat houdt het plan nu weer precies in?
Het win-win aanwervingsplan laat werkgevers toe een lager nettoloon aan hun werknemers te betalen wanneer deze werknemers aan een paar voorwaarden voldoen. De werkgevers kunnen hiernaast nog altijd gebruik maken van de klassieke tewerkstellingsmaatregelen. Het win-win aanwervingsplan is maar gedurende een bepaalde periode van toepassing.
De werkgever betaalt minder nettoloon…
Maakt een werkgever gebruik van het win-winplan, dan betaalt hij minder kosten bij de aanwerving van de volgende personen:
- werkzoekenden jonger dan 26 jaar;
- oudere uitkeringsgerechtigde werklozen;
- uitkeringsgerechtigde werklozen die één tot twee jaar werkzoekend zijn.
Deze kostenvermindering is het gevolg van de activering van hun werkloosheidsuitkering en kan gaan van € 1.100 tot € 500 per maand. Het bedrag van de activering wordt van hun nettoloon afgetrokken. De werknemer krijgt het uitbetaald via zijn uitbetalingsinstelling van de werkloosheidsuitkeringen[1].
… maar kan blijven rekenen op een vermindering van zijn socialezekerheidsbijdragen
De werkgever kan het win-winplan perfect combineren met de verminderingen van zijn socialezekerheidsbijdragen voorzien door de doelgroepverminderingen ‘jonge werknemers' en ‘langdurig werkzoekenden'.
… gedurende bepaalde tijd
De activering van de werkloosheidsuitkering waardoor de werkgever minder nettoloon moet betalen kan gedurende 24 maanden toegekend worden als hij de werknemer in 2010 aanwerft. Neemt hij de werknemer in 2011 in dienst, dan kan de activering slechts gedurende 12 maanden toegekend worden.
Overzicht van de bedragen van de versterkte activering
Categorie
|
Ingeschreven als werkzoekende |
Volledige uitkeringsgerechtigde werkloze |
Maandelijks bedrag van de activering in € |
Aantal maanden activering |
| gedurende |
in de loop van een periode van |
| Zeer laaggeschoolde jongeren |
3 maanden |
4 maanden |
/ |
1100 |
24 (indienstneming in 2010)
12 (indienstneming in 2011)
|
| Laaggeschoolde jongeren |
6 maanden |
9 maanden |
/ |
1000 |
24 (indienstneming in 2010)
12 (indienstneming in 2011)
|
| Werklozen van minder dan 45 jaar |
Min.12 maanden en minder dan 24 maanden |
Min. 18 maanden en max. 36 maanden |
de dag van de indienstneming |
750
+ 500
|
12 (indienstneming in 2010 of 2011) |
| Werklozen ten minste 45 jaar |
Min. 12 maanden en minder dan 24 maanden |
Min. 18 maanden en max. 36 maanden |
de dag van de indienstneming |
750
+500
|
12 (indienstneming in 2010 of 2011)
+ 16 maanden (indienstneming in 2010)
|
| Werklozen van ten minste 50 jaar |
6 maanden |
9 maanden |
de dag van de indienstneming |
1.000 |
24 (indienstneming in 2010)
12 (indienstneming in 2011)
|
Zo gaat het in zijn werk
Wil een werkzoekende in aanmerking komen voor de versterkte activering van de werkloosheidsuitkeringen, dan moet hij over een werkkaart beschikken. Hij kan deze kaart aanvragen bij zijn RVA-kantoor als hij aan de vereiste voorwaarden voldoet.
De werkgever van zijn kant moet een bijlage Activa bij de arbeidsovereenkomst opstellen, waarin staat dat de RVA een werkkaart heeft uitgereikt aan de werknemer. Deze bijlage verwijst ook naar de periode waarvoor de kaart uitgereikt werd en vermeldt het deel van het nettoloon dat ten laste van de RVA valt. Een exemplaar van het document dat aan de werknemer bezorgd werd moet worden ingediend bij zijn uitbetalingsinstelling die hem elke maand het geactiveerde deel van zijn loon zal betalen.
De werkgever moet ook elke maand het formulier C78 Activa invullen, waarop hij het nettoloon van zijn werknemer moet vermelden. Zodra de werknemer dat formulier in handen heeft, bezorgt hij het aan zijn uitbetalingsinstelling.
[1] Vakbond of HVW (Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen).
Terug naar begin
8. Sociaal: de nieuwe loonbedragen 2011 zijn gekend
De bedragen van de bezoldigingen voorzien door de wet op de arbeidsovereenkomsten van 3 juli 1978 worden op 1 januari van elk jaar geïndexeerd. Voor het jaar 2011 betekent dit dat de bedragen van € 30.327, 36.355 en 60.654 tot respectievelijk € 30.535, 36.604 en 61.071 opgetrokken worden[1].
Deze loonbedragen beïnvloeden de geldigheid van een proefbeding, een concurrentiebeding en een scheidsrechterlijk beding. Daarenboven zijn ze belangrijk voor het bepalen van de opzeggingstermijnen en de termijnen voor tegenopzegging voor de bedienden, evenals het aantal dagen afwezigheid voor het zoeken naar nieuw werk.
Concurrentiebeding (art. 65 en 104)
Het concurrentiebeding wordt als niet-bestaande beschouwd in de arbeidsovereenkomsten voor bedienden en arbeiders waarin het brutojaarloon € 30.535 niet overschrijdt.
Wanneer het brutojaarloon tussen € 30.535 en € 61.071 ligt, mag het beding enkel toegepast worden op de categorieën van functies of functies die door een in paritair comité of subcomité gesloten CAO bepaald zijn.
Wanneer het brutojaarloon € 61.071 overschrijdt, kan het concurrentiebeding rechtsgeldig in de arbeidsovereenkomst voor bedienden en arbeiders ingeschreven worden, behalve voor de functies die bij een in paritair comité of subcomité gesloten CAO uitgesloten zijn.
Voor de handelsvertegenwoordigers wordt het concurrentiebeding eveneens als niet-bestaande beschouwd wanneer het brutojaarloon € 30.535 niet overschrijdt. In de overeenkomsten waar het brutojaarloon dit bedrag overschrijdt, is de geldigheid van elk concurrentiebeding aan een drievoudige voorwaarde onderworpen: betrekking hebben op gelijkaardige activiteiten, 12 maanden niet overschrijden en zich beperken tot het gebied waarin de handelsvertegenwoordiger zijn activiteiten uitoefent.
Proefbeding (art. 67)
Voor bedienden mag de proefperiode niet korter dan één maand zijn. Zij mag niet langer dan respectievelijk 6 of 12 maanden zijn naargelang het brutojaarloon niet hoger of hoger dan € 36.604 is.
Scheidsrechterlijk beding (art. 69)
De werknemers en hun werkgevers mogen zich er niet vooraf toe verbinden geschillen die uit de overeenkomst kunnen ontstaan, aan scheidsrechters voor te leggen. Dit verbod is echter niet van toepassing op de bediende van wie het brutojaarloon hoger dan € 61.071 ligt en die met het dagelijks beheer van de onderneming belast is of in een afdeling of bedrijfseenheid van de onderneming beheersverantwoordelijkheid draagt die met die voor de hele onderneming vergeleken kan worden.
Afwezigheid voor het zoeken naar nieuw werk (art. 85)
De bediende van wie het brutojaarloon € 30.535 niet overschrijdt, heeft het recht tijdens de opzeggingstermijn één of twee keer per week van het werk afwezig te zijn om een nieuwe dienstbetrekking te zoeken, op voorwaarde dat de duur van deze afwezigheden in totaal niet meer dan één arbeidsdag per week bedraagt.
Wanneer zijn brutojaarloon echter meer dan € 30.535 bedraagt, mag de bediende één of twee keer per week afwezig zijn, met een maximum van één volledige dag per week tijdens de laatste zes maanden van de opzeggingstermijn. Tijdens de voorgaande periode mag hij slechts één halve dag per week afwezig zijn.
Opzeggingstermijn voor bedienden (art. 82)
De opzeggingstermijn is afhankelijk van het brutojaarloon en de anciënniteit. De refertebedragen voor 2010 zijn € 30.535 en € 61.071.
Wanneer het brutojaarloon lager ligt dan of gelijk is aan € 30.535, is de opzegtermijn die de werkgever dient te respecteren, gelijk aan 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit. In geval van ontslag door de werknemer wordt deze termijn tot de helft teruggebracht, zonder evenwel 3 maanden te mogen overschrijden.
Wanneer het brutojaarloon hoger dan € 30.535 ligt, wordt de opzeggingstermijn bij overeenkomst door de partijen, en bij gebrek aan akkoord, door de rechter bepaald. Deze overeenkomst over de duur van de opzeggingstermijn mag ten vroegste op het moment waarop het ontslag gegeven werd, gesloten worden. Wanneer het brutojaarloon evenwel € 61.071 overschrijdt, mag deze termijn op het moment van de indiensttreding bepaald worden.
Tegenopzegging door de bediende (art. 84)
De tegenopzegging kan door de ontslagen bediende gegeven worden, bijvoorbeeld wanneer hij ander werk gevonden heeft. De refertebedragen zijn eveneens € 30.535 en € 61.071.
De duur van de tegenopzegging is vastgesteld:
- op 1 maand wanneer het brutojaarloon van de bediende lager ligt dan of gelijk is aan € 30.535;
- op 2 maanden wanneer dit loon tussen € 30.535 en € 61.071 ligt;
- bij overeenkomst of door de rechter, maar met een maximum van 4 maanden wanneer het loon meer dan € 61.071 bedraagt.
[1] Bericht van de Federale Overheidsdienst Tewerkstelling, Arbeid en Sociaal Overleg, Belgisch Staatsblad van 12 november 2010.
1. Kilometervergoeding voor terugbetaling onkosten aangepast 01.07.05
2. Gedematerialiseerde effecten - einde van aandelen aan toonder
3. DIMONA wordt verplicht voor gelegenheidsarbeiders in horeca, land- en tuinbouwsector
4. Uitstel indiening van de aangiften personenbelasting en vennootschapsbelasting
5. Verstrenging toepassing CO2-taks: omkering van de bewijslast ten laste van de werkgever
6. Revalorisatiecoëfficiënt kadastrale inkomens aanslagjaar 2006 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad: 3,5
7. Recht op aftrek - Kosten van onthaal - Publiciteitskosten - Kosten van logies, spijzen en dranken
8. Aftrek voor risicokapitaal is goedgekeurd en in voege
9. Arrest: kwijtschelding belastingverhoging betekent geen automatische kwijtschelding van intresten
10. De Vlaamse regering schrapt KMO subsidiecheques
1. Kilometervergoeding voor terugbetaling onkosten aangepast 01.07.05
Medewerkers die hun eigen wagen gebruiken voor beroepsverplaatsingen mag u per kilometer vergoeden. Op deze vergoeding is in principe geen RSZ of bedrijfsvoorheffing verschuldigd. Tenminste voor zover u zich beperkt tot het forfait dat geldt voor de ambtenaren. Het bedrag daarvan wordt geïndexeerd met ingang van 1 juli. (*)
| Tarief beroepsverplaatsing |
voor 1 juli 2005 |
vanaf 1 juli 2005 |
| |
€ 0,2771/km |
€ 0,2841/km |
Doet uw werknemer meer dan 24 000 km per jaar aan beroepsverplaatsingen, dan geldt het forfait van de ambtenaren niet. Gevolg : u moet altijd bewijzen kunnen voorleggen om het gehanteerde tarief te rechtvaardigen (zelfs al betaalt u maar € 0,2841 per km).
(*) Het nieuwe bedrag werd officieus bevestigd door de FOD van Financiën, maar moet nog gepubliceerd worden in het Staatsblad.
Terug naar begin
2. Gedematerialiseerde effecten - einde van aandelen aan toonder
De anonieme aandeelhouder is niet meer: vanaf 1 januari 2008 mogen immers geen effecten aan toonder meer worden uitgegeven. De gedematerialiseerde effecten zullen vanaf die datum worden vertegenwoordigd door een inschrijving op rekening op naam van hun eigenaar of van de houder bij een erkende instelling. Voor effecten die werden uitgegeven vóór de publicatie van deze wet – de tekst bevindt zich pas in het stadium van voorontwerp – wordt een conversieperiode voorzien tot 2014.
Terug naar begin
3. DIMONA wordt verplicht voor gelegenheidsarbeiders in horeca, land- en tuinbouwsector
Voor gelegenheidsarbeiders werkzaam in horecabedrijven, land- en tuinbouwbedrijven en werknemers aangeworven in het kader van een PWA-overeenkomst dient vanaf 2006 ook DIMONA te gebeuren.
De werkgever moet bovendien ‘bijkomende’ gegevens opgeven voor die gelegenheidsarbeiders: per dag ‘het tijdstip van het begin en einde van de prestaties' naast de andere verplichte gegevens.
Ook voor uitzendkantoren die uitzendkrachten tewerkstellen als gelegenheidswerknemer bij horecabedrijven, land- en tuinbouwbedrijven wordt vanaf 01.01.2006 een ‘uitgebreide’ Dimona verplicht.
De invoering van de Dimonaverplichting gaat gepaard met aanpassingen in het bijhouden van sociale documenten voor gelegenheidswerknemers.
- De werkgever (of gebruiker) uit land-, tuinbouw- en horecasector is vrijgesteld van het bijhouden van het aanwezigheidsregister en het individueel aanwezigheidsboekje voor gelegenheidswerknemers als Dimona correct gebeurd is. Deze vrijstelling geldt voor alle extra’s in de horeca.
- Een ‘gelegenheidsformulier’ wordt ingevoerd voor gelegenheidswerknemers in de land- en tuinbouw en horecasector. Dit formulier is enkel verplicht voor de zogenaamde ‘superextra’s’ in de horeca.
- De plukkaart (of landbouwkaart) voor gelegenheidsarbeiders in de land- en tuinbouw verdwijnt. Het gelegenheidsformulier komt immers in de plaats.
De bepalingen inzake beperkte RSZ-onderwerping en de berekening van RSZ-bijdragen op een forfaitair dagloon voor gelegenheidsarbeid worden afgestemd op de Dimonaplicht voor gelegenheidswerknemers vanaf 01.01.2006 en de nieuwigheden inzake sociale documenten.
Terug naar begin
4. Uitstel indiening aangiften personenbelasting en vennootschapsbelasting
Uiteindelijk heeft de minister van financiën dan toch beslist uitstel te verlenen voor de indiening van de aangifte personenbelasting. Redenen daarvoor zijn de grondige wijzigingen die zijn aangebracht aan de personenbelasting en de technische moeilijkheden bij Tax-on-web, o.a. in verband met de berekening. De nieuwe indieningsdatum is nu vastgesteld op 31 augustus (professionele volmachthouders Tax-on-web tot 31 oktober 2005 ) in plaats van de voorziene 30 juni. De Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit heeft ook laten weten dat de indieningstermijn voor de aangifte in de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2005 (inkomsten 2004) wordt vastgesteld op 30 september 2005. Het model van aangifteformulier Ven. B. voor het aanslagjaar 2005 verscheen recent in het Belgisch Staatsblad en is men momenteel volop aan het versturen.
Terug naar begin
5. Verstrenging toepassing CO2-taks op bedrijfsvoertuigen: omkering van de bewijslast
Vanaf 1 juli 2005 moet er in de regel CO2-taks betaald worden op elk voertuig dat de werkgever ter beschikking stelt aan zijn werknemers. Er wordt verondersteld dat de werknemer in ieder geval privé gebruikmaakt van de bedrijfswagen.
Vanaf nu moet de werkgever zelf het tegendeel bewijzen.
De werkgever kan dit vermoeden weerleggen door aan te tonen dat:
- ofwel het voertuig wordt gebruikt door een persoon die niet valt onder het toepassingsgebied van de sociale zekerheid voor werknemers, bijvoorbeeld een bedrijfsleider;
- het voertuig wel degelijk louter voor professionele doeleinden gebruikt wordt, m.a.w. door aan te tonen dat er geen privé-gebruik van het bedrijfsvoertuig gemaakt wordt.
Hoe tegenbewijs leveren?
Elementen zoals:
- een clausule in een arbeidsovereenkomst die het privé-gebruik verbiedt, of
- een verzekeringsovereenkomst waaruit blijkt dat schade als gevolg van privé-gebruik niet gedekt wordt,
kunnen deel uitmaken van de bewijsvoering maar volstaan op zich niet.
De omkering van de bewijslast geldt vanaf 1 juli 2005 en zal dan ook gelden voor de bijdragen verschuldigd met ingang van het derde kwartaal 2005.
Terug naar begin
6. Revalorisatiecoëfficiënt aanslagjaar 2006 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad
Een nieuw KB, tot wijziging van het KB/WIB'92, voorziet voor aanslagjaar 2006 (inkomstenjaar 2005) een revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens (K.I.) van 3,50.
Die coëfficiënt is onder meer van belang bij de taxatie van de huurinkomsten die bepaalde bedrijfsleiders genieten, wegens de verhuring van een gebouwd onroerend goed aan de vennootschap waaraan zij verbonden zijn.
Terug naar begin
7. Recht op aftrek - Kosten van onthaal - Publiciteitskosten - Kosten van logies, spijzen en dranken
In haar arrest van 8 april 2005 heeft het Hof van Cassatie zich uitgesproken over de kwalificatie van kosten van ontspanning en vermaak die worden gemaakt in het kader van een feestelijke bijeenkomst die hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft kopers in te lichten over het bestaan en de hoedanigheid van een product of dienst met de bedoeling de verkoop ervan te bevorderen.
De administratie legt zich neer bij de beslissing van het Hof om dergelijke kosten, die worden gemaakt met het oog op de publiciteit voor welbepaalde producten en het derhalve om publiciteit en uitgaven gaat met een strik professioneel karakter, niet aan te merken als kosten van onthaal in de zin van artikel 45, § 3, 4°, van het BTW-Wetboek.
Derhalve kunnen de belastingplichtigen zich op de gevolgen van voornoemd arrest beroepen, ook wat het verleden betreft, voor zover ze kunnen aantonen dat de gemaakte kosten buiten het toepassingsgebied vallen van het bepaalde door artikel 45, § 3, 3° en 4°, van het BTW-Wetboek en voor zover de termijn om het recht op aftrek uit te oefenen niet is vervallen.
Terug naar begin
8. Aftrek voor risicokapitaal is goedgekeurd en in voege
Destijds reeds aangehaald in onze nieuwsbrief jaargang 3 nr. 1 dd 15.03.05 (toen principieel akkoord doch nog niet definitief) is momenteel van toepassing (publicatie in het Belgisch Staatsblad).
Vennootschappen zullen een bepaald percentage van hun eigen vermogen mogen aftrekken van de belastbare grondslag.
Om de aftrek toe te passen neemt men het eigen vermogen van het laatste boekjaar aangepast met een aantal correcties. De nettowaarde van de eigen aandelen en aandelen waarvan de dividenden vrijstelbaar zijn komen niet in aanmerking. Andere vrijgestelde inkomsten uit onroerende inkomsten of inkomsten uit een vaste inrichting waarmee we een verdrag afgesloten hebben, komen ook niet in aanmerking.
Er worden ook een aantal correcties doorgevoerd om misbruiken tegen te gaan zoals activa waarvan de kosten echt overdreven zijn (bv. de kosten van een porsche) of uitgedrukte niet verwezenlijkte meerwaarden, die behoren ook niet tot de grondslag.
Het toe te passen tarief is gelijk aan het gemiddelde rendement van de OLO's (lineaire obligaties). KMO's mogen dit percentage verhogen met 0,5 %.
De belastingbesparing moet gedurende 3 jaar op een afzonderlijke rekening geboekt worden.
De niet gebruikte aftrek is overdraagbaar gedurende 7 jaar.
Terug naar begin
9. Arrest: kwijtschelding belastingverhoging betekent geen automatische kwijtschelding intresten
Soms bestaat er een verband tussen verschillende fiscale bepalingen en soms ook niet. Dat blijkt het geval te zijn voor de regels in verband met de toepassing van de belastingverhogingen en die aangaande de nalatigheidsinteresten. Bij een fiscale navordering zijn slechts nalatigheidsinteresten verschuldigd indien de belastingverhoging voldoende hoog is. Wordt die verhoging achteraf verminderd, dan betekent dat niet noodzakelijk dat ook de interesten worden teruggegeven.
Indien de belastingverhoging meer dan 50pct. bedraagt is er sprake van een bedrieglijk opzet of belastingontduiking.
Wat betreft de nalatigheidsintresten, deze moeten betaald worden met terugwerkende kracht tot 1 juli van het jaar volgend op het aanslagjaar.
In casu had een belastingplichtige een kwijtschelding gekregen van zijn belastingverhoging van 50%. Voor de rechter stelde de belastingplichtige dat hij bijgevolg ook recht op teruggave had van de door hem betaalde nalatigheidsintresten. Het hof van Cassatie gaf belastingplichtige ongelijk en stelde dat de kwijtschelding van de nalatigheidsintresten enkel gezien kan worden als een gunstmaatregel.
Bron: De Standaard (fiscale Kroniek)
Terug naar begin
10. De Vlaamse regering schrapt de KMO subsidiecheques
De Vlaamse regering hervormt haar subsidies voor opleiding en advies aan KMO’s volledig. De waaier aan verschillende cheques verdwijnt en wordt vervangen door een nieuw instrument: de ondernemerschapsportefeuille. Het systeem is duidelijker, moet efficiënter werken en minder aanleiding geven tot fraude. Het steunpercentage zakt wel van 50 naar 35 procent.
Aanvankelijk was het de bedoeling om cheques aan de helft van de prijs aan te kopen. Deze dienen om opleiding en advies te financieren.
Bepaalde cheques brachten meer formaliteiten met zich mee en waren echt niet efficiënt. Er werden ook misbruiken vastgesteld en daarom komt er volgend jaar een "ondernemingsportefeuille". Een KMO kan een "portefeuille" openen en daarop geld storten, dat bedrag wordt met de helft verhoogd door de Vlaamse Overheid. Die portefeuille kan maximum 2 jaar gebruikt worden om bepaalde uitgaven te betalen. De regels hieromtrent zullen ook verstrengd worden.
Copyright © Tijdnet - Tijd Nieuwslijn NV
Terug naar begin
Copyright © VANTHIENEN, VERCAUTEREN & CO BVBA. Alle rechten voorbehouden - All rights reserved - www.tax-accountancy.be
De redactie staat in voor de betrouwbaarheid van de in haar uitgaven opgenomen info, waarvoor zij echter niet aansprakelijk kan worden gesteld. Alle behandelde onderwerpen zijn er enkel voor informatiedoeleinden en verschaffen geen juridisch advies. De gegevens worden medegedeeld onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis en brengen geen raadgever-cliënt en/of lasthebber-cliënt relatie tot stand.
- Bedrijfswagens duurder
- Forfaitair km-tarief eindelijk aangepast
- Aftrek van restaurantkosten volgend jaar 69% i.p.v. 75%
- Sociale bijdrage vennootschappen fors gestegen
- Ook controleschatting inzake successierechten ongrondwettelijk
- Voorafbetalingen
- Boekhoudkundige verplichtingen van VZW's: uitstel van 1 jaar tot 01.01.2005
- Gratie bij te grote belastingsschuld
- Welke vergoeding moet de werkgever betalen voor dienstreizen van zijn werknemer?
- Publicatieverplichting voor bedrijven administratief vereenvoudigd
1. Bedrijfswagens duurder
De regering heeft beslist de modaliteiten van de bepaling van de solidariteitsbijdrage op firmawagens, te vervangen. In het nieuwe stelsel wordt de bijdrage bepaald in functie van de CO2-uitstoot in plaats van de fiscale pk’s van het betrokken voertuig.
Het bedrag van deze bijdrage is afhankelijk van het CO2-uitstootgehalte van de voertuig , zoals vastgesteld krachtens het koninklijk besluit van 5 september 2001 betreffende de beschikbaarheid van consumenteninformatie over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot bij het op de markt brengen van nieuwe personenauto's.
Deze classificatie telt 7 verschillende klassen die gepaard gaan met een bepaalde kleur van donker groen (weinig vervuilend) tot rood (zeer vervuilend).
Uit een praktische oogpunt is er een databank beschikbaar op de website van de FOD Volksgezondheid die u toelaat de klasse waartoe een bepaald model behoort, te bepalen : http://www.health.fgov.be/portal/page?_pageid=34,35421&_dad=europortal&_schema=PORTAL
| CO2-uitstoot in g/km |
benzinevoertuigen CO2-uitstoot in g/km dieselvoertuigen |
Kleur |
Categorie |
Bedrag van de solidariteitsbijdrage in € |
| X<100g/km |
X <85g/km |
Donker groen |
A |
20,83 |
| 100 X <130g/km |
85 X < 115g/km |
Groen |
B |
31,67 |
| 130 X<160g/km |
115 X < 145g/km |
Lichtgroen |
C |
55,00 |
| 160 X<190g/km |
145 X<175g/km |
Geel |
D |
73,33 |
| 190 X<220g/km |
175 X<205g/km |
Oranje |
E |
86,67 |
| 220 X<250g/km |
205 X<235g/km |
Oranje-rood |
F |
99,17 |
| 250g/km en meer |
235g/km en meer |
Rood |
G |
110,00 |
Terug naar begin
2. Forfaitair km-tarief eindelijk aangepast
Werknemers die zich voor beroepsdoeleinden met de eigen wagen verplaatsen, hebben recht op een kostenvergoeding. Deze vergoeding is fiscaal vrijgesteld als het niet méér bedraagt dan de kostprijs van het vervoer. Om alle discussies omtrent de bepaling van de kostprijs te vermijden, refereert de fiscus naar de tarieven per kilometer die de overheid hanteert voor haar ambtenaren. Deze vergoedingen worden automatisch aanvaard als een terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever. De RSZ volgt hierin de fiscus.
Ingevolge het KB van 20 juli 2000 werd deze kilometervergoeding, zonder onderscheid van fiscale pk van de wagen, vastgesteld op 10 BEF per kilometer en dit vanaf 1 september 2000.
Jaarlijks per 1 juli wordt dit tarief aangepast. Het tarief van 0,2754 EUR werd daardoor op 0,2771 EUR gebracht.
Dit nieuwe tarief is geldig vanaf 1 juli 2004 (Staatsblad van 29 oktober 2004).
Concreet betekent dit dat de belastingadministratie voor een verplaatsing van een werknemer met een 2 pktje een onkostenvergoeding van 0,2771 EUR moet aanvaarden ook al kan de belastingadministratie bewijzen dat de km-vergoeding voor een dergelijke wagen minder bedraagt dan dit forfaitair km-tarief. Daarentegen heeft de werknemer die zich bijvoorbeeld met een Jaguar verplaatst de mogelijkheid om een hoger km-tarief te hanteren als dit hoger tarief overeenstemt met de werkelijke kostprijs per km van het gebruikte voertuig.
Terug naar begin
3. Aftrek van restaurantkosten volgend jaar 69% i.p.v. 75%
Om een begroting in evenwicht te kunnen voorstellen, heeft de regering enkele aangekondigde maatregelen moeten uitstellen. Zo wordt de verhoging van de aftrek van restaurantkosten meer gespreid in de tijd. Oorspronkelijk zou de aftrek, die sinds 1 januari 2004 al verhoogd is van 50 naar 62,5%, in 2005 verder verhoogd worden tot 75%. Die stijging komt er nu echter pas in 2006. Voor 2005 houdt men het bij 69%. In de huidige stand van zaken zou de verhoging van de aftrek tot 69% niet afhankelijk zijn van een akkoord met de horeca, zoals aanvankelijk aangekondigd voor de 75%.
Bron: Beleidsverklaring van premier Verhofstadt in de Kamer, 12 oktober 2004.
http://www.dekamer.be/kvvcr/pdf_sections/home/12%20okt%20beleidsverklaring%20premier.pdf
Terug naar begin
4. Sociale bijdrage vennootschappen fors gestegen
Programmawet van 22 december 2003 (B.S. 31 december 2003) K.B. van 31 juli 2004 (B.S. 13 augustus 2004)
De jaarlijkse forfaitaire sociale bijdrage vennootschappen bedraagt 347,50 euro voor het bijdragejaar 2004. De bijdrage bedraagt echter 840 euro voor vennootschappen met een balanstotaal van meer dan 520.000 euro zoals blijkt uit de neergelegde jaarrekening van het voorlaatste afgesloten boekjaar. De bijdrage is te betalen voor 31 december 2004. Iedere vennootschap is bijdrageplichtig met uitzondering van:
- failliet verklaarde vennootschappen;
- vennootschappen onder gerechtelijk akkoord;
- vennootschappen in vereffening (gepubliceerd in B.S.);
- personenvennootschappen, opgericht na 1 januari 1991, waarvan de zaakvoerder(s), evenals de meerderheid van de werkende vennoten, in de tien jaar voordien, ten hoogste drie jaar onderworpen zijn geweest aan het sociaal statuut der zelfstandigen;
- vennootschappen die geen handels- of burgerrechtelijke activiteit uitoefenen (mits attest vanwege de Administratie der directe belastingen).
Bij fusie of opslorping is de nieuwe fusievennootschap of de opslorpende vennootschap de onbetaalde bijdragen verschuldigd.
Terug naar begin
5. Ook controleschatting inzake successierechten ongrondwettelijk
Het Arbitragehof breidt zijn standpunt betreffende de ongrondwettelijkheid van de controleschatting inzake registratierechten uit tot de controleschatting inzake successierechten (Arbitragehof, arrest 141/2004, 22 juli 2004). Drie dagen na de uitspraak is de wet in werking getreden die de regeling aanpast zowel inzake successierechten als inzake registratierechten (Programmawet van 9 juli 2004, B.S. 15 juli 2004, 2e ed.).
In twee arresten heeft het Arbitragehof de wettelijke regeling van de controleschatting inzake registratierechten ongrondwettelijk bevonden (Arbitragehof, arrest 132/99, 7 december 1999, B.S. 18 maart 2000 en arrest 79/2000, 21 juni 2000, B.S. 19 juli 2000).
Het Arbitragehof had geen moeite met het bestaan van de controleschatting op zich, maar had wel fundamentele bezwaren tegen het onaantastbare karakter van de resultaten van een controleschatting, meer bepaald tegen het feit dat de rechter de waardebepaling van de schatter(s) zonder meer moet aannemen. Dat de rechter zich moet beperken tot het bevelen van een nieuwe schatting wanneer hij het schattingsverslag nietig heeft bevonden wegens één van de wettelijk bepaalde gevallen (stoffelijke vergissing enz.), daar waar hij in zaken van gemeen recht bevoegd is om de conclusies van de deskundigen ten volle te beoordelen, bevond het hof strijdig met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel.
De Administratie liet onmiddellijk weten dat ze zich neerlegde bij die rechtspraak (Vr. 1151 Viseur, 21 november 2002, Vr. en Antw. Kamer 2002-03, nr. 154, 19741).
De wetgever heeft overigens niet gewacht op deze nieuwe uitspraak van het Arbitragehof om de wet aan te passen : in antwoord op het vorige arrest over registratierechten is niet alleen de controleschatting inzake registratierechten in overeenstemming gebracht met het gemeen recht, maar ook de controleschatting inzake successierechten. De betreffende wet is toevallig een week vóór de uitspraak van het Arbitragehof in het Staatsblad verschenen (art. 33 en art. 34 Programmawet van 9 juli 2004, B.S. 15 juli 2004, 2e ed.) en is in werking getreden op 25 juli.
Daarmee kunnen zowel de ontvanger als de persoon die de registratie- of successierechten moet betalen, voortaan een controleschatting betwisten voor de rechtbank. Veel tijd hebben ze daar weliswaar niet voor. Zodra de ontvanger of belastingplichtige het controleverslag ontvangen heeft, heeft hij één maand de tijd om een geding in te leiden voor de rechtbank.
Zowel artikel 199 van het W. Reg. als artikel 120 van het W. Succ. worden integraal vervangen door volgende tekst : «Zowel de ontvanger als de partij kunnen de schatting betwisten door inleiding van een rechtsvordering. Deze rechtsvordering dient ingeleid te worden, op straffe van verval, binnen de termijn van één maand te rekenen van de betekening van het verslag».
Bron: Arbitragehof 22 juli 2004, 141/2004, art. 33-34 Programmawet van 9 juli 2004 (B.S. 15 juli 2004, 2e ed.).
http://www.arbitrage.be/public/n/2004/2004-141n.pdf
Terug naar begin
6. Voorafbetalingen onder echtgenoten
De gesplitste voorafbetalingen van gehuwden en wettelijk samenwonenden. Iedere echtgenoot wordt vanaf nu beschouwd als een afzonderlijke belastingplichtige zodat iedereen vanaf nu aan het rekenen moet slaan.
Anders is het mogelijk dat de ene echtgenoot te veel stort, terwijl de andere verhogingen zal moeten betalen omdat hij onvoldoende voorafbetalingen heeft gestort.
De maatregel die van kracht zal worden vanaf het aanslagjaar 2005 werd nooit duidelijk uitgelegd zodat, volgens de bekentenis van de minister van financiën het erop lijkt dat de belastingbetalers de draagwijdte van dit principe niet goed hebben begrepen.
Daarom zullen echtgenoten die voorafbetalingen hebben gedaan in de loop van de twee eerste kwartalen van ten uitzonderlijke titel deze naar believen onder elkaar mogen verdelen met behoud van de voordelen via onderstaande uitgewerkte regeling.
Echtgenoten en wettelijk samenwonenden die het nieuwe stelsel niet gerespecteerd hebben en zoals vanouds een gezamenlijke voorafbetaling gedaan hebben voor het eerste en het tweede kwartaal van 2004, krijgen de kans om die voorafbetalingen alsnog op te splitsen, volledig zoals ze zelf willen. Op die manier behouden ze toch alle voordelen met betrekking tot de kwartalen waarin die voorafbetalingen gedaan zijn. Bedoeling was dat de betrokken gezinnen daarover een brief van de Administratie met een antwoordformulier zouden krijgen. Daarin worden ze uitgenodigd hun voorstel tot verdeling van de voorafbetalingen uiterlijk op 1 oktober 2004 in te dienen.
De verzending van die brieven heeft echter vertraging opgelopen: de verzending is pas midden september begonnen. Daarom wordt de termijn in die brief verlengd, zo deelt de Administratie nu mee. De aanvraagformulieren voor de verdeling van de voorafbetalingen mogen nog tot 29 oktober 2004 bij de Dienst Voorafbetalingen worden ingediend. De officiële datum in die brief telt dus niet.
De verlenging van de indieningstermijn heeft voor sommige belastingplichtigen nog een bijkomend gevolg, namelijk dat ook de derde voorafbetaling onder de «overgangsperiode» kan vallen. Als de voorafbetalingen voor het derde kwartaal (vervaldag 11 oktober 2004) al gebeurd zouden zijn bij ontvangst van die brief, kunnen ze door de fiscus op dezelfde wijze behandeld worden als VA 1 en 2, op voorwaarde dat de belastingplichtigen er in hun antwoordformulier melding van maken. Wie VA 3 nog niet verricht heeft op het moment dat hij de brief ontvangt, kan de «rechtzetting» alleen doen voor VA 1 en 2, en moet VA 3 van meet af aan doen volgens de nieuwe regels, d.w.z. opgesplitst.
Wie niet antwoordt (of wie een willekeurige opsplitsing maakt die geen rekening houdt met de verhouding tussen de inkomsten van beide partners), verliest in elk geval (een gedeelte van) de voordelen die verbonden zijn aan de eerste tot derde voorafbetaling en krijgt een vermeerdering.
Terug naar begin
7. Boekhoudkundige verplichtingen van vzw's: uitstel van 1 jaar
Verenigingen en stichtingen die bestonden op 1 januari 2004 moesten normaliter aan de nieuwe boekhoudkundige verplichtingen voldoen vanaf 1 januari 2005. De Mnister van Justitie heeft besloten de verenigingen en stichtingen een bijkomende aanpassingstermijn toe te staan. De nieuwe boekhoudkundige verplichtingen zullen in werking treden op 1 januari 2006, of later indien het boekjaar niet overeenkomt met het kalenderjaar.
Terug naar begin
8. Gratie bij te grote belastingsschuld
De belastingsdiensten kunnen vanaf nu als “buitengewone gunstmaatregel” fiscale schulden kwijtschelden voor mensen die zware financiële problemen hebben. Alleen wie ter goeder trouw is komt in aanmerking. Fraudeurs dus niet. De federale regering heeft vastgesteld dat het geen zin heeft van een kei te stropen. Wie geen geld heeft, jaag je door procedures alleen nog maar méér op kosten, dieper de put in. De federale regering wil de dossiers die alleen maar geld kosten aan de overheid, gratie verlenen.
De federale regering hoopt dat deze nieuwe maatregel helpt om de grote achterstand bij het innen van de belastingen weg te werken. Die bedroeg eind 2003 ruim 28 miljard euro.
Bovendien hoopt de overheid nog een deel van het geld te recupereren. Een belastingplichtige met enorme achterstallen is waarschijnlijk meer geneigd om de kleinere som te betalen die nog overblijft na kwijtschelding, dan de volle pot.
Terug naar begin
9. Welke vergoeding moet de werkgever betalen voor dienstreizen van zijn werknemer?
Een bespreking van de vergoedingen voor dienstreizen in België en het buitenland door SD Worx.
Naast het systeem van de terugbetaling van de werkelijke kosten bestaat er een systeem van forfaitair terugbetaalde kosten. Hierbij mag niet uit het oog worden verloren dat een forfaitaire vergoeding nooit kan worden gecumuleerd met de terugbetaling van werkelijke kosten voor zover deze werkelijke kosten reeds in het forfait zijn begrepen.
Verblijfsvergoedingen voor dienstreizen in België
De terugbetaling van verblijfskosten voor personeelsleden die voor hun werkgever op dienstreis in België zijn, kan gebeuren mits betaling van een forfaitaire vergoeding die door de belastingadministratie wordt aanvaard als fiscaal vrijgestelde ‘eigen kosten van de werkgever’.
Deze vergoeding is niet belastbaar als het bedrag wordt vastgesteld overeenkomstig het werkelijk aantal verplaatsingen en als het niet hoger is dan de gelijkaardige vergoedingen die de Staat aan zijn personeel toekent. Het is daarbij zonder belang of die vergoeding in geld of in de vorm van maaltijdcheques wordt uitgekeerd.
De vergoeding wordt geacht uitgaven te dekken voor de kosten van een middagmaal en een nachtverblijf (avondmaal, overnachting en ontbijt).
Hogere vergoedingen kunnen eventueel betaald worden, maar dit kan aanleiding geven tot een scherpere fiscale controle. Het is dus belangrijk om onderliggende stavingstukken (facturen e.d.) van deze uitgaven bij te houden. Indien dit bewijs onvoldoende wordt geleverd, neemt de administratie aan dat minstens een bedrag gelijk aan de gelijkaardige door de Staat toegekende vergoeding, werkelijk is uitgegeven. In dit geval moet echter, wat de kosten voor maaltijden betreft, een voordeel in aanmerking worden genomen dat gelijk is aan het verschil tussen enerzijds het bedrag van de bewezen uitgave en anderzijds het bedrag van de gelijkaardige vergoeding door de Staat, zonder dat de waarde van dit voordeel hoger mag zijn dan de bedragen die respectievelijk voor de verschillende maaltijden hiervoor werden vermeld.
Naast het systeem van de terugbetaling van de werkelijke kosten bestaat er een systeem van forfaitair terugbetaalde kosten. Hierbij mag niet uit het oog worden verloren dat een forfaitaire vergoeding nooit kan worden gecumuleerd met de terugbetaling van werkelijke kosten voor zover deze werkelijke kosten reeds in het forfait zijn begrepen.
Verblijfsvergoedingen voor opdrachten in het buitenland
De forfaitaire vergoedingen die de ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Internationale Samenwerking ontvangen voor een officiële opdracht naar het buitenland, mogen ook gehanteerd worden in de privé-sector. Deze bedragen worden door de belastingadministratie beschouwd als overeenkomstig ernstige normen vastgestelde bedragen en kwalificeren fiscaal gezien als (niet-belastbare) terugbetalingen voor eigen kosten van de werkgever.
In het Belgisch Staatsblad van 4 februari 2004 is de nieuwe lijst van forfaitaire verblijfsvergoedingen gepubliceerd. Deze bedragen worden geacht de kosten van maaltijden en andere kleine uitgaven te omvatten, met uitsluiting van de reis- en logementkosten. Voor de terugbetaling van huisvestingskosten bestaan geen forfaitaire tarieven. Als werkgever betaalt men best de werkelijk gedragen huisvestingskosten terug. In het Ministerieel Besluit van 20 augustus 2001 wordt wel een lijst gepubliceerd van de maximumrichtprijzen voor hotels.
Wat precies moet worden verstaan onder dienstreis van korte duur is niet duidelijk. Volgens de administratie heeft dit enkel betrekking op een dagreis waardoor de forfaits in principe niet kunnen betaald worden voor buitenlandse reizen van langere duur.
Hogere forfaitaire vergoedingen dan deze die voorkomen op de lijst zijn mogelijk, doch zullen onderworpen worden aan een scherpere fiscale controle. In dit geval zal het belangrijk zijn om onderliggende stavingstukken (facturen e.d) van deze uitgaven te kunnen voorleggen teneinde deze vergoedingen belastingvrij te stellen.
De vergoedingen als terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever moeten vermeld worden op de opgaven 325 en op de fiche 281.
Binnen de RSZ-onderrichtingen werden de forfaitaire onkostenvergoedingen uitdrukkelijk erkend als vergoedingen die niet onderworpen zijn aan RSZ-bijdragen. Zij moeten evenwel, zoals bij de fiscus, onderbouwd worden met een verantwoording naar het bestaan en oorzaak.
Terug naar begin
10. Publicatieverplichting voor bedrijven administratief vereenvoudigd
Er is een akkoord over minder strenge regels voor de aankondiging aandeelhoudersvergadering. De federale regering schaft de verplichte aankondigingen van aandeelhoudersvergaderingen in de media gedeeltelijk af.
Ook versoepelt ze de wettelijke regels voor het samenroepen van de aandeelhouders van BVBA’s en van vennootschappen met aandelen op naam. Een en ander zou betekenen dat een aankondiging in het Belgisch Staatsblad zou volstaan.
Dit wetsontwerp werd vorige week dinsdag door de ploeg Verhofstadt goedgekeurd. De Belgische Vereniging van Dagbladuitgevers vreest zwaar inkomensverlies voor de financiële pers, en ook de minderheidsaandeelhouders worden misschien over het hoofd gezien. Is er sprake van discriminiatie als een minderheidsaandeelhouder die geen internet heeft (het BS is immers voorlopig alleen via het net te consulteren), zo vroeg Tijd zich vorige week terecht af.
Terug naar begin
Copyright © VANTHIENEN, VERCAUTEREN & CO BVBA. Alle rechten voorbehouden - All rights reserved - www.tax-accountancy.be
De redactie staat in voor de betrouwbaarheid van de in haar uitgaven opgenomen info, waarvoor zij echter niet aansprakelijk kan worden gesteld. Alle behandelde onderwerpen zijn er enkel voor informatiedoeleinden en verschaffen geen juridisch advies. De gegevens worden medegedeeld onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis en brengen geen raadgever-cliënt en/of lasthebber-cliënt relatie tot stand.
- VANTHIENEN, GIJBELS & CO BVBA erkend als officiële adviesinstantie voor het systeem van DNA cheques
- Aankoopkosten grond: fiscus geeft volledig toe
- Wijzigingen bij een arbeidsongeval van meer dan 3 dagen arbeidsongeschiktheid
- Verhoogde kapitaalverplichting voor eenpersoons-BVBA's (vervolg op nieuwsbrief nr 10 jaargang 2)
- Wie komt in aanmerking voor belastingvermindering bij aanwerving van bijkomend personeel?
- Aftrek van kosten voor kinderopvang: verhoging leeftijdsgrens tot 12 jaar vanaf aanslagjaar 2006
- Nationale Bank stelt IAS/IFRS-model geconsolideerde jaarrekening ter beschikking
- Personenbelasting : samenvattende tabel met bedragen gepubliceeerd
- Roerende voorheffing op liquidatie- en inkoopboni is niet ongrondwettelijk
- Kruispuntbank van Ondernemingen: inschrijving gewijzigde lokalisatie vestigingseenheid kost onderneming 40 euro
VANTHIENEN, GIJBELS & CO BVBA erkend als officiële adviesinstantie voor het systeem van DNA cheques
Zoals in onze vorige nieuwsbrief medegedeeld wil de Vlaamse overheid op verschillende manieren het ondernemersschap stimuleren met het Actieplan Ondernemen . De "dna-cheque" is de eerste financiële stimulans indien u van plan bent een zaak op te starten of over te nemen. VANTHIENEN, GIJBELS & CO BVBA behoort vanaf heden tot de door de Vlaamse overheid officieel erkende adviesinstanties. Deze erkenning kadert in onze interne filosofie en is een verlengenis van het reeds bestaande gratis eerstelijnsadvies voor onze starters. Doelstelling is daar waar waar de grenzen aan het gratis eerstelijnsadvies ophouden een bijkomstigheid te kunnen bieden in een zo volledig mogelijke begeleiding vóór de eigenlijke start. Enkele voorbeelden zijn: hoe maak ik een goed businessplan, zijn mijn plannen wel realistisch genoeg, hoe vertaalt dit zich in cijfers, is er een markt voor mijn plannen.
Drie voorwaarden zijn van belang:
- iedereen die nog geen zelfstandig beroep uitoefent
- voor het eerst een onderneming wil oprichten of overnemen
- in het Vlaams gewest
Volgens de afspraken van de ondernemingsconferentie worden de "dna-cheque" en gratis opstart als onderdeel van het Actieplan Ondernemen gelanceerd.
Met de dna-cheque kunt u niet alleen terecht bij VANTHIENEN, GIJBELS & CO BVBA maar bij tientallen adviesinstanties allen specialist en erkend in hun specifiek vakdomein. Op de website www.vlaanderen.be/dnacheques vindt u sedert deze maand een overzicht van alle adviesinstanties, erkend voor de Vlaamse dna-cheques.
Hoe wordt de dna-cheque toegekend? - De dna-cheque kan enkel via het internet worden aangevraagd. Men moet zich registreren op de website (www.vlaanderen.be/dnacheque). Na goedkeuring van uw registratie kunt u uw cheques bestellen. De cheques worden binnen de 14 kalenderdagen opgestuurd. Het systeem is transparant en vergt geen enkele vorm van extra administratie.
Wat is de waarde van elke cheque? De cheques hebben een waarde van 30 euro. Elke prestarter kan maximaal 167 cheques aanvragen per kalenderjaar. U betaalt 25%, de Vlaamse overheid betaalt 75%. Het advies moet minstens 300 euro bedragen.
De reservering- en bestelprocedure is gelijkaardig aan die van de huidige adviescheques. Voor de dna-cheques wordt een budget van 7,4 miljoen euro voorzien in 2004.
Info: www.vlaanderen.be/dnacheques of door hier te klikken dna-cheques@vanthienen.be.
Terug naar begin
Aankoopkosten grond: fiscus geeft volledig toe
Het was reeds duidelijk geworden dat de fiscus zich neerlegt bij de aftrekbaarheid van bijkomende kosten van grond. Dat standpunt is ondertussen officieel verspreid in een interne instructie. De instructie spreekt echter alleen van waardeverminderingen, wat de indruk kan wekken dat de fiscus streng zal blijven in gevallen waarin de bijkomende kosten rechtstreeks in kosten geboekt zijn. Maar dat blijkt niet het geval. Navraag leert dat de fiscus zich volledig zal richten naar de rechtspraak van de hoven van beroep.
Vermits de aankoopkosten van grond geen reële tegenwaarde vertegenwoordigen, is het toegelaten om een correctie op de aanschaffingsprijs door te voeren onder de vorm van een waardevermindering. Dat is de ondertussen algemeen aanvaarde regel, die steunt op de rechtspraak van het Hof van Cassatie en op het boekhoudrecht. Het is ook de regel die de fiscus nu naar voor schuift in een interne instructie.
In boekjaar zelf
Dat wil echter niet zeggen dat voortaan alles kan. De bijkomende kosten afschrijven over verschillende jaren, is alvast uitgesloten, want het Arbitragehof heeft bevestigd dat afschrijven niet mogelijk is (Arbitragehof 10 maart 2004, 37/2004, http://www.arbitrage.be/public/n/2004/2004-037n.pdf - ook het standpunt van de recentste rechtspraak : Rb. Gent 9 juni 2004, 04581498 en 24 juni 2004, 04581510). En officieus laat men ook verstaan dat iedereen nu wel begrepen zou moeten hebben dat de juiste manier om de aankoopkosten af te trekken, het boeken van een waardevermindering is, i.p.v. ze onmiddellijk in kosten te nemen (tenzij voor wie een vereenvoudigde boekhouding hanteert). Het zit er dan ook in dat de fiscus alleen voor hangende zaken een maximale soepelheid aan de dag zal leggen.
Sommige belastingplichtigen hebben de «aftrek» van de aankoopkosten echter niet gerealiseerd via een waardevermindering maar gewoon door ze rechtstreeks in kosten te boeken. Hoewel de instructie daar niet van spreekt, zal de fiscus dus ook op dat punt niet langer moeilijk doen.
Terug naar begin
Wijzigingen bij een arbeidsongeval van meer dan 3 dagen arbeidsongeschiktheid
Wijzigingen inzake de arbeidsongevallensteekkaart
Het Koninklijk Besluit van 8 juli 2004 heeft enkele bepalingen uit de Codex inzake het welzijn op het werk gewijzigd. De wijzigingen hebben betrekking op de verplichting een arbeidsongevallensteekkaart op te stellen.
Er wordt bepaald dat de werkgever ervoor moet zorgen dat de Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk een arbeidsongevallensteekkaart opstelt voor elk ongeval dat tot ten minste vier dagen arbeidsongeschiktheid leidt. Voorheen was een arbeidsongevallensteekkaart vereist voor elk ongeval dat ten minste één dag arbeidsongeschiktheid had veroorzaakt.
Daarnaast wordt gesleuteld aan de inhoud van de arbeidsongevallensteekkaart: het KB bevat nieuwe tabellen inzake de mogelijke classificatie van het ongeval.
De wijzigingen treden in werking op 1 januari 2005.
Opmerking: de verplichting tot het opstellen van een arbeidsongevallensteekkaart mag niet verward worden met de verplichting om van een ernstig arbeidsongeval dat zich op de arbeidsplaats zelf voordoet, binnen de twee werkdagen die volgen op de dag van het ongeval kennis te geven aan de inspecteur bevoegd inzake arbeidsveiligheid.
Terug naar begin
Verhoogde kapitaalverplichting voor eenpersoons-BVBA's
Zoals gemeld in onze nieuwsbrief nr. 10 jaargang 2 wijzigt de Wet van 14 juni 2004 artikelen 213 en 223 van het Wetboek van vennootschappen en verhoogt het bedrag van het vol te storten kapitaal van een eenpersoons-BVBA van 6.200 euro tot 12.400 euro.
In het kort is er een overgangsregeling voor de bestaande éénhoofdige BVBA's, zij krijgen tot 2 augustus 2005 om te volstorten tot 12.400 euro en krijgen dus één jaar de tijd om zich aan de nieuwe norm aan te passen. Doen ze dit niet, dan wordt de enige vennoot geacht hoofdelijk borg te staan voor alle verbintenissen van de vennootschap tot de ontbinding van de vennootschap wordt bekendgemaakt of tot het kapitaal werkelijk ten belope van 12.400 euro wordt gestort. Deze aansprakelijkheid wordt niet beperkt, bijvoorbeeld tot het bedrag dat gelijk is aan het verschil tussen 12.400 euro en het in werkelijkheid volgestorte kapitaal (b.v. 6.200 euro).
De gewone BVBA's die in de toekomst eenhoofdig worden krijgen een periode van één jaar vanaf het moment dat ze nog slechts één vennoot tellen. Het gestorte bedrag van het kapitaal moet alsdan binnen één jaar ten minste 12.400 euro bereiken, tenzij binnen dezelfde termijn een nieuwe vennoot in de vennootschap wordt opgenomen of de vennootschap ontbonden wordt (nieuw art. 213 W. Venn.). Gebeurt dit niet, dan zal de enige vennoot geacht worden hoofdelijk borg te staan voor alle verbintenissen van de vennootschap die ontstaan zijn sinds het eenhoofdig worden van de vennootschap, en wel (1) tot een nieuwe vennoot in de vennootschap wordt opgenomen, (2) tot de ontbinding van de vennootschap wordt bekendgemaakt of (3) tot het kapitaal werkelijk ten belope van 12.400 euro wordt gestort.
Het is merkwaardig dat de bestaande eenpersoons-BVBA's niet de mogelijkheid krijgen de verplichting te ontlopen door een tweede vennoot op te nemen, terwijl deze mogelijkheid wel wordt voorzien voor de gewone BVBA die eenhoofdig is geworden.
De nieuwe op te richten éénhoofdige BVBA's dienen onmiddellijk 12.400 euro te volstorten.
Bron: Wet van 14 juni 2004 tot wijziging van artikelen 213 en 223 van het Wetboek van vennootschappen (B.S. 2 augustus 2004).
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2004-08-02&numac=2004009509#top
Terug naar begin
Wie komt in aanmerking voor belastingvermindering bij aanwerving van bijkomend personeel?
Door de programmawet van 10 februari 1998 werd voor de winsten en baten van KMO’s en beoefenaars van vrije beroepen een tijdelijke belastingvrijstelling ingevoerd voor het tewerkstellen van bijkomend personeel. De regeling had tot doel de tewerkstelling van laaggeschoold personeel te bevorderen. Deze vrijstelling wordt momenteel toegekend voor de jaren 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003. Voor belastingplichtigen die anders dan per kalenderjaar boekhouden wordt de vrijstelling verleend voor het eerste boekjaar dat wordt afgesloten respectievelijk na 31 december 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003.
Voor wie?
De vrijstelling is van toepassing voor nijverheids-, handels- of landbouwbedrijven die op 31 december 1997 of op het einde van het jaar waarin de exploitatie is aangevangen als die aanvang op een latere datum valt, minder dan elf werknemers tewerkstellen. Daarnaast geldt de vrijstelling ook voor baten van vrije beroepen, ambten of posten en voor elke winstgevende bezigheid andere dan winst en bezoldigingen.
Bedrag en berekening van de vrijstelling
Het bedrag van de vrijstelling bedraagt EUR 4.530,00 (inkomstenjaar 2005) per jaar en per in België bijkomend tewerkgestelde personeelseenheid waarvan het bruto dag- of uurloon niet hoger is dan een bepaald bedrag.
Het aantal in België bijkomende tewerkgestelde personeelseenheden wordt bepaald door een vergelijking te maken tussen het gemiddeld personeelsbestand van de belastingplichtige tijdens de jaren 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003 met, respectievelijk, dat van de jaren 1997, 1998, 1999, 2000, 2001 en 2002.
De wet voorziet tevens in een terugname van de vrijstelling wanneer het gemiddeld personeelsbestand tijdens het jaar volgend op de vrijstelling is verminderd ten opzichte van het jaar van de vrijstelling. De voordien vrijgestelde winst of baten worden in dat geval als winst of baten van het volgend belastbaar tijdperk beschouwd.
De regeling is niet van toepassing op belastingplichtigen die voor dezelfde bijkomende personeelsleden een vrijstelling genieten voor de bijkomende aanwerving van wetenschappelijk personeel of voor de uitvoer.
Toekomstige wijzigingen
In de kamer is een wetsontwerp ingediend voor de verlenging van de tijdelijke vrijstelling voor bijkomend personeel voor een periode van vier jaar (2004 tot 2007).
Ter gelegenheid van de wetswijziging wordt het basisbedrag van deze vrijstelling (BEF 150.000) omgezet in euro. Tot nu toe gebeurde deze omzetting mathematisch (BEF 150.000 = 3.718,40 EUR). Krachtens de wetswijziging wordt het basisbedrag een afgerond bedrag van EUR 3.720,00. Dit zou van toepassing worden vanaf 1 januari 2004 maar zou geen weerslag hebben op het geïndexeerd bedrag dat door de fiscale administratie werd weerhouden (EUR 4.530,00 voor inkomstenjaar 2005).
Krachtens een ontwerp KB zullen de fiscale criteria die toegepast worden om te bepalen of een bijkomend personeelslid een KMO toelaat van de vrijstelling te genieten, afgestemd worden op deze die worden toegepast in het kader van de structurele vermindering van sociale bijdragen.
Concreet komt dit op het volgende neer :
| Plafond |
2004 |
2005 |
| Dagloon |
81,69 EUR |
90,32 EUR |
| Uurloon |
10,75 EUR |
11,88 EUR |
Terug naar begin
Aftrek van kosten voor kinderopvang: verhoging leeftijdsgrens tot 12 jaar vanaf aanslagjaar 2006
Momenteel zijn kosten voor kinderopvang van kinderen jonger dan 3 jaar fiscaal aftrekbaar. De regering besliste op de ministerraad van 20 en 21 maart 2004 om de leeftijdsgrens voor de aftrek van kosten voor kinderopvang op te trekken tot 12 jaar. De wet van 6 juli 2004 zet deze regeringsbeslissing nu om in fiscale wetgeving. Met ingang van 1 januari 2005 worden de kosten voor de opvang van kinderen jonger dan 12 jaar fiscaal aftrekbaar.
Huidige fiscale wetgeving : art. 104, 7 ° en 113 WIB 92
Momenteel zijn kosten voor de opvang van kinderen fiscaal aftrekbaar onder de volgende voorwaarden:
- De kosten moeten gedaan zijn voor de oppas van kinderen jonger dan 3 jaar die ten laste zijn van de belastingplichtige. Hierbij moet men rekening houden met de werkelijke leeftijd van het kind op het moment van de oppas en niet met de leeftijd op 1 januari van het aanslagjaar.
Indien de oppaskosten voor een kind jonger dan 3 jaar worden betaald nà de derde verjaardag van dat kind blijven die kosten aftrekbaar voor het jaar waarin ze werkelijk betaald zijn. Het attest zal dan als bijlage bij het aangifteformulier van het betrokken aanslagjaar moeten gevoegd worden.
- De belastingplichtige moet beroepsinkomsten verkrijgen.
- De uitgaven zijn betaald aan instellingen die erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd worden door Kind en Gezin, door het Office de la naissance et de l'enfance of door de Executieve van de Duitstalige gemeenschap, of aan zelfstandige onthaalgezinnen of aan kinderdagverblijven die onder toezicht staan van de voormelde instellingen.
- De echtheid en het bedrag van de uitgaven moeten worden verantwoord door bewijsstukken die bij de aangifte zijn gevoegd.
De kosten zijn voor maximum 11,20 EUR per oppasdag en per kind aftrekbaar.
Wetswijziging
Door de wetswijziging wordt de leeftijdsgrens van 3 tot 12 jaar opgetrokken. Ook hier wordt rekening gehouden met de werkelijke leeftijd van het kind op het moment van de opvang en niet met de leeftijd op 1 januari van het aanslagjaar.
Aangezien de opvang van kinderen van 3 tot 12 jaar voor een deel gebeurt in de school, worden de kleuter- en lagere scholen ook opgenomen in de lijst van de instellingen aan dewelke de kosten moeten betaald zijn.
Vanaf aanslagjaar 2006 (inkomstenjaar 2005) kunnen de gezinnen de opvangkosten van het totale netto-inkomen aftrekken ten belope van maximum 11,20 EUR per kind jonger dan 12 jaar en per opvangdag.
Inwerkingtreding
Deze maatregel is van toepassing vanaf aanslagjaar 2006 (inkomstenjaar 2005).
Terug naar begin
Nationale Bank stelt IAS/IFRS-model geconsolideerde jaarrekening ter beschikking
De Balanscentrale van de Nationale Bank van België heeft, in overleg met de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN), op haar website een IAS/IFRS-model voor de geconsolideerde jaarrekening ter beschikking gesteld. Ze zal dit model echter niet gebruiken om er «standaardformulieren» van te maken. De Balanscentrale stelt het model enkel ter beschikking om didactische redenen en om naast de tekst van de eigenlijke IAS/IFRS-normen een gestructureerde checklist te hebben van elementen die een IAS/IFRS-conforme rapportering kunnen impliceren.
Alle reacties en opmerkingen op het IAS/IFRS-model van de geconsolideerde jaarrekening kunnen via e-mail worden bezorgd aan de Balanscentrale op volgend adres : ba@nbb.be.
Bron: «Geconsolideerde jaarrekening. IAS/IFRS-model : een gestructureerd geheel van uit de IAS/IFRS-normen afgeleide elementen», Website van de Balanscentrale van de Nationale Bank van België (NBB).
http://www.nbb.be/BA/N/P1_016.htm
Terug naar begin
Personenbelasting : samenvattende tabel met bedragen gepubliceeerd
De Circulaire nr. Ci. D. 28/583.143 (AOIF 22/2004) van 22 april 2004 met de samenvattende tabellen van de bedragen die gelden voor de personenbelasting voor de aanslagjaren 2002, 2003 en 2004 is verschenen. Het zeventien pagina's tellende document biedt een volledig overzicht van alle belangrijke bedragen in de fiscale wetgeving. Die bedragen zijn al langer gekend, maar het volledige overzicht blijft een handig instrument.
De bedragen zijn gerangschikt per onderwerp. Volgende gegevens worden vermeld:
- verwijzing naar het WIB 92 (behoudens andersluidende vermelding);
- korte beschrijving van de bepaling;
- (niet-geïndexeerd) basisbedrag;
- bedrag dat werkelijk van toepassing is in de aanslagjaren 2002, 2003 en 2004.
Omdat het onbegonnen werk is om de voornaamste bedragen te citeren, verwijzen wij u naar de volledige lijst op de webstek van de FOD Financiën (www.fisconet.fgov.be) onder de rubriek «Directe belastingen», «Circulaires», «Personenbelasting/Vennootschapsbelasting».
Bron: Circulaire nr. Ci. D. 28/583.143 (AOIF 22/2004) van 22 april 2004.
http://www.fisconet.fgov.be/nl/?bron.dll&root=V:\FisconetNld.2\&versie=04&file=bronnen\cir&zoek=000000000&name=22.04.04/1&
Terug naar begin
Roerende voorheffing op liquidatie- en inkoopboni is niet ongrondwettelijk
Op 23 juni 2004 heeft het Arbitragehof uitspraak gedaan over de eerste in een lange rij beroepen tot vernietiging van de hervorming van de Vennootschapsbelasting. Dat de RV op liquidatie- en inkoopboni met terugwerkende kracht ingevoerd is, is ongrondwettelijk. Maar de heffing zelf is niet vernietigd enkel de terugwerkende kracht, ondanks de omstandige motivering van de verzoekschriften.
Niet alleen de retroactieve invoering van de liquidatieheffing werd gecontesteerd, ook de heffing zelf werd aangevochten in een hele reeks verzoekschriften. Het Arbitragehof heeft drie arresten nodig om op alle argumenten te antwoorden. Maar alle grieven tegen de liquidatieheffing van 10 % zelf worden afgewezen :
Terug naar begin
Kruispuntbank van Ondernemingen: inschrijving gewijzigde lokalisatie vestigingseenheid kost onderneming 40 euro
Kruispuntbank van Ondernemingen: inschrijving gewijzigde lokalisatie vestigingseenheid kost onderneming 40 euro
Handels- en ambachtsondernemingen die zich inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen betalen hiervoor een inschrijvingsrecht. Een eerste inschrijving kost meer dan de volgende inschrijvingen van een vestigingseenheid. Tot nu wordt de overname van een vestigingseenheid als een eerste inschrijving beschouwd. Deze regel blijft gelden, maar alleen als dit voor de overnemer de eerste inschrijving van een onderneming is.
Niet alleen nieuwe inschrijvingen zijn aan een inschrijvingsrecht onderworpen. Ook voor wijzigingen aan bestaande inschrijvingen moet betaald worden: 40 euro. Dit inschrijvingsrecht is tot nu verschuldigd in drie gevallen: wijziging van de economische activiteiten, van de personen die de ondernemersvaardigheden bewijzen en van de begin- of stopzettingsdatum van de onderneming of een vestigingseenheid. Voortaan moet de onderneming die een wijziging aan de lokalisatie van de vestigingseenheid laat inschrijven in de Kruispuntbank, ook een recht van 40 euro betalen.
Het Koninklijk Besluit van 5 juni 2004 voert deze nieuwigheden in in het Besluit van 28 mei 2003. Het treedt in werking op 9 juli 2004.
Bron: Koninklijk besluit van 5 juni 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 tot vaststelling van het bedrag van het inschrijvingsrecht voor de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming, en de vergoeding van de erkende ondernemingsloketten (B.S. 29 juni 2004, bl. 52776).
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2004-06-29&numac=2004011281#top
Terug naar begin
Copyright © VANTHIENEN, VERCAUTEREN & CO BVBA. Alle rechten voorbehouden - All rights reserved - www.tax-accountancy.be
De redactie staat in voor de betrouwbaarheid van de in haar uitgaven opgenomen info, waarvoor zij echter niet aansprakelijk kan worden gesteld. Alle behandelde onderwerpen zijn er enkel voor informatiedoeleinden en verschaffen geen juridisch advies. De gegevens worden medegedeeld onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis en brengen geen raadgever-cliënt en/of lasthebber-cliënt relatie tot stand.
- Gratis opstart van je eigen zaak
- Richtlijn intrest en royalty's weldra in WIB 92
- Fiscus pusht zelfstandigen naar elektronische aangifte
- Variabele betaling verlengt afschrijvingstermijn niet
- Fiscale amnestie : volgens tweede FAQ-lijst toch EBA voor opgesoupeerde coupons?
- Aanpassing aan de wet betreffende het witwassen van geld
- Informatie WAP aan werknemers
- Controle geldigheid BTW nummers 10 nieuwe EU lidstaten
- Fiscus publiceert revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens
- Vrijstelling voor bijkomend personeel in KMO'S, verlenging tot Aj. 2008 (2004 tot 2007)
Gratis opstart van je eigen zaak
Vanaf nu wordt het in orde brengen van de formaliteiten bij het ondernemingsloket gratis! Deze kosten kan je betalen met gratis opstartcheques. Tenminste als je je onderneming opricht in Vlaanderen en nog niet actief bent als ondernemer. De cheques kan je uitsluitend aanwenden bij de erkende ondernemingsloketten .
De cheques hebben een waarde van 10 euro, waarvan je er maximaal 30 kan bestellen. De Vlaamse overheid dekt de volledige waarde (behalve de BTW, maar die recupereer je later). De kosten van de formaliteiten die je moet vervullen bij de opstart van je onderneming vallen dus weg voor jou (een voordeel van maximum 300 euro).
Hoe bestellen?
- Registreer je op www.vlaanderen.be/gratisopstart
- Je login en paswoord worden per post gestuurd
- Bestel de cheques via de website
- Betaling en levering van de cheques
De cheques zijn geldig tot 4 maand na de aanvraag. Hou er rekening mee dat het een tweetal weken kan duren voor je de cheques ontvangt. Het verdient uiteraard aanbeveling het boekhoudkantoor voorafgaandelijk te betrekken. We brengen even in herinnering dat VANTHIENEN, GIJBELS & CO BVBA reeds enkele jaren basiscriteria heeft vastgelegd in overeenstemming met deze van het beroepsinstituut waarbij u beroep kan doen op gratis eerstelijns advies indien aan deze criteria voldaan.
Terug naar begin
Richtlijn intrest en royalty's weldra in WIB 92
Richtlijn interest & royalty's weldra ook in WIB 92
Een koninklijk besluit inzake is reeds gepubliceerd teneinde de omzetting van de Europese richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 (2003/49/EG) rond een gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty's tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten te verwezenlijken.
Op 29 april 2004 werd bovendien een wetsontwerp met hetzelfde doel neergelegd
Terug naar begin
Fiscus pusht zelfstandigen naar elektronische aangifte
Accountants, boekhouders, belastingconsulenten en fiscalisten krijgen tot 31 oktober 2004 de tijd om de aangiftes van hun klanten in te dienen als ze dit doen via tax-on-web. De enige voorwaarde is dat zij zich vóór 30 juli 2004 geregistreerd hebben. Het uitstel geldt echter alleen voor de klanten die zowel deel 1 als deel 2 van de aangifte moeten invullen, dus in hoofdzaak voor zelfstandigen en bedrijfsleiders.
Vergeet echter niet dat de rubriek 'Diverse inkomsten' dit jaar verschoven is naar deel 2. Als u naast uw beroepsinkomsten toevallige inkomsten verwerft, zoals auteursrechten, moet u voortaan ook een deel 2 invullen en als dit via een mandataris gebeurt, heeft u eveneens recht op uitstel van aangifte.
Boekhouders, fiscalisten en andere aangifte-deskundigen krijgen traditioneel uitstel voor het indienen van de aangiftes, maar zij moesten dit uitstel uitdrukkelijk aanvragen. Het is de eerste keer dat de minister van Financiën een collectief uitstel toestaat.
De uiterste data voor het indienen van de aangiftes in de personenbelasting zijn nu :
- voor een papieren aangifte (deel 1 of delen 1 en 2) : 30 juli 2004;
- voor een elektronische aangifte via tax-on-web zonder tussenkomst van een geregistreerde mandataris (deel 1 of delen 1 en 2) : 30 juli 2004;
- voor een elektronische aangifte via tax-on-web met tussenkomst van een geregistreerde mandataris (alleen deel 1) : 30 juli 2004;
- voor een elektronische aangifte via tax-on-web door een geregistreerde mandataris (delen 1 en 2) : 31 oktober 2004.
Bron: «Verlenging voor tax-on-web aangiftes ingevuld door mandatarissen (boekhouders, fiscalisten, etc.)», Persmededeling van de Federale Overheidsdienst Financiën, 4 juni 2004.
Terug naar begin
Variabele betaling verlengt afschrijvingstermijn niet
Als de aankoopprijs voor bv. cliënteel over meerdere jaren betaald wordt, telkens in functie van de omzet van dat jaar, vindt de fiscus dat elke schijf apart over dezelfde termijn afgeschreven moet worden.
Dus de eerste schijf van jaar 1 tot jaar 10 enz. tot de laatste schijf van jaar 10 tot jaar 19.
Maar volgens het hof van beroep beantwoordt de zienswijze van de fiscus niet aan de economische realiteit omdat de afschrijvingsduur zo kunstmatig verlengd wordt. Afschrijvingen zijn bedoeld om de kost te spreiden over de economische levensduur van een activum.
Zowel boekhoudkundig als fiscaal is het zeer belangrijk, zegt het hof, om op die manier de reële waarde van een onderneming te kunnen vaststellen. Het hof verwijst ook naar CBN-advies 126/10, dat eveneens het standpunt van de fiscus afwijst. Het argument van de fiscus, dat artikel 63 van het WIB 1992 een afschrijving van immateriële activa in «vaste annuïteiten» voorschrijft, schuift het hof terzijde alleen al omdat dat artikel dateert van na de verkoop van het cliënteel waarover het in het arrest gaat.
Maar zelfs los daarvan wijst het hof het argument af : niets kan een onderneming beletten om af te schrijven over de economische levensduur van een activum.
Daarmee is er nu een meerderheid in de rechtspraak die het standpunt van de fiscus afwijst. Eerder had de Leuvense fiscale rechtbank dat ook al gedaan, op basis van in wezen dezelfde argumenten als in het hier besproken arrest. Alleen het Hof van Beroep van Gent schaart zich achter de fiscus, zij het op basis van een onduidelijke argumentatie
Opvallend is dat de onderneming in kwestie elke jaarlijkse schijf van de aankoopprijs in één keer afschreef, terwijl in eerdere rechtspraak over hetzelfde thema de belastingplichtigen de eerste schijf over tien jaar afschreven, de tweede over negen enz. en alleen de laatste in één keer. Maar het hof ziet daar blijkbaar geen graten in. Het spreekt zich alleen uit over de totale afschrijvingstermijn maar acht zich niet bevoegd voor de afschrijvingswijze.
Bron: Luik, 2 juni 2004.
Terug naar begin
Fiscale amnestie : volgens tweede FAQ-lijst toch EBA (Eénmalige bevrijdende aangifte) voor opgesoupeerde coupons?
Van bij het begin werd betwijfeld of de fiscale amnestie ook zou gelden voor «opgesoupeerde» coupons, d.w.z. interest die cash opgenomen is en dadelijk besteed. Omdat het geld dan niet op een buitenlandse rekening gestaan heeft, komt het in principe niet in aanmerking voor fiscale amnestie. Maar volgens de nieuwe (tweede) lijst van vragen en antwoorden is het antwoord blijkbaar toch «ja», zondermeer : een EBA voor de interest (of het dividend) zou mogelijk zijn door in de plaats roerende waarden aan te geven. Dat betekent dus dat niet alleen overschrijving of deponering «bij equivalent» kan, maar ook aangifte zelf. De vraag is echter of het werkelijk zo eenvoudig is. Het antwoord op de vraag kan u best laten beantwoorden door uw adviseur. Voor meer informatie kan u bij ons terecht op eba@vanthienen.be of via de gebruikelijke weg.
Terug naar begin
Aanpassing aan de wet betreffende het witwassen van geld
Op de Ministerraad van 4 juni 2004 werd een ontwerp-KB goedgekeurd tot aanpassing van de lijst van ondernemingen onderworpen aan de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme en tot wijziging van het KB van 11 juni 1993 inzake de samenstelling, de organisatie, de werking en de onafhankelijkheid van de cel voor financiële informatieverwerking.
Dit ontwerp voegt aan de lijst van beoogde ondernemingen, de specialisten in afgeleide instrumenten toe.
Dit ontwerp is aan de Raad van State toegezonden voor advies.
Bron: http://presscenter.org - ministerraad van 4 juni 2004
Terug naar begin
Informatie WAP aan werknemers
Het artikel 20 van het KB van 14 november 2003 dat de uitvoering van de WAP regelt, verplicht de werkgever om zijn werknemer in te lichten over de gevolgen van de nieuwe wet op hun rechten. Deze informatieverstrekking dient schriftelijk maar niet geïndividualiseerd te gebeuren tegen uiterlijk 30 juni 2004.
Terug naar begin
Controle geldigheid BTW nummers 10 nieuwe EU lidstaten
In België is de centrale eenheid, een speciale dienst van de Administratie, verantwoordelijk voor de verificatie van BTW-nummers van alle EU-lidstaten. Op verzoek van Belgische belastingplichtigen verifieert deze dienst de geldigheid van BTW-nummers en hun overeenstemming met naam- en adresgegevens.
U kunt de centrale eenheid bereiken op:
- Tel. 02 552 58 91 en 02 552 58 92 (Nederlands)
- Tel. 02 552 58 95 en 02 552 58 96 (Frans)
- Fax: 02 552 55 50
U kunt tevens een officieuze verificatie verrichten via de website van de Europese Commissie http://europa.eu.int/comm/taxation_customs/vies/nl/vieshome.htm
Deze website bevestigt alleen of een BTW-nummer al dan niet geldig is.
Terug naar begin
Fiscus publiceert revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens
Elk jaar publiceert Financiën een revalorisatiecoëfficiënt die toelaat de belastbare waarde van een onroerend goed te berekenen. De coëfficiënt waarmee de kadastrale inkomens voor aanslagjaar 2005 moeten worden vermenigvuldigd, bedraagt 3,45. Voor aanslagjaar 2004 was dat cijfer nog 3,39.
De revalorisatiecoëfficiënt is ook van belang voor bedrijfsleiders die een woning verhuren aan hun vennootschap. Als hun huurinkomsten een drempel overschrijden, worden die inkomsten geherkwalificeerd als bezoldigingen. Die drempel berekent u door het niet-geïndexeerd kadastraal inkomen van het onroerend goed te vermenigvuldigen met 5/3 én met de revalorisatiecoëfficiënt, dus met 3,45 voor aanslagjaar 2005.
Bron: Koninklijk besluit van 16 juni 2004 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens (B.S. 24 juni 2004, ed. 2, bl. 52086).
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2004-06-24&numac=2004003258#top
Terug naar begin
Vrijstelling voor bijkomend personeel in KMO'S, verlenging tot Aj. 2008 (2004 tot 2007)
De programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap had een vrijstelling voor bijkomend personeel in KMO’s ingevoerd. Deze maatregel was aanvankelijk voorzien voor een tijdperk van drie jaar maar werd door de programmawet van 30 december 2001 een eerste keer verlengd voor een nieuw tijdperk van 3 jaar. Deze maatregel moest dus voor de laatste keer van toepassing zijn voor het aanslagjaar 2004.
De Kamer heeft echter een wetsontwerp goedgekeurd op 11 juni jl. waarbij de vrijstelling wordt verlengd voor een nieuwe tijdperk van vier jaar (2004 tot 2007).
Wat het basisbedrag van de vrijstelling betreft, wordt van de gelegenheid gebruikt gemaakt om de omzetting in euro op een afgerond bedrag (3.720,00 EUR) vast te leggen (4.530 EUR voor het jaar 2005).
Bron: Wetsontwerp tot wijziging van artikel 29 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, met betrekking tot de vrijstelling voor bijkomend personeel.
Terug naar begin
Copyright © VANTHIENEN, VERCAUTEREN & CO BVBA. Alle rechten voorbehouden - All rights reserved - www.tax-accountancy.be
De redactie staat in voor de betrouwbaarheid van de in haar uitgaven opgenomen info, waarvoor zij echter niet aansprakelijk kan worden gesteld. Alle behandelde onderwerpen zijn er enkel voor informatiedoeleinden en verschaffen geen juridisch advies. De gegevens worden medegedeeld onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis en brengen geen raadgever-cliënt en/of lasthebber-cliënt relatie tot stand.
- Een komma kan alles veranderen
- Vlaamse Overheid lanceert tweede call voor groeipremies KMO’s
- Nieuwe KMO-criteria voor gunstregime afschrijvingen
- BVBA onder controle
- Aanschaf nieuwe wagen
- Wijziging percentages restaurantkosten: percentage niet aftrekbaarheid van 50% naar 37,5 %
Een komma kan alles veranderen
Zelfstandigen genieten vanzelfsprekend interesten op de vervroegde stortingen die ze doen.
Zo bedragen de voordelen gekoppeld aan vervroegde stortingen voor het boekjaar 2003 12% voor de eerste periode, 10% voor de tweede, 8% voor de derde en 6% voor de vierde. Jammer genoeg houdt het automatische programma dat wordt gebruikt door de fiscale administratie geen rekening met 6% maar slechts met 0,6%.
De minister beloofde dat rechtzettingen automatisch zouden worden gestuurd naar de ongeveer 5.000 zelfstandigen die “slecht werden behandeld”, maar het gezond verstand zegt natuurlijk dat het nog beter is om dat zelf te controleren wat we dan ook zullen doen.
Terug naar begin
Vlaamse Overheid lanceert tweede call voor groeipremies KMO’s
Tot 31 maart 2004 konden KMO's die wilden deelnemen aan de eerste call "Groeipremies KMO's" hun projectvoorstellen indienen bij de Vlaamse Overheid. Aansluitend op die eerste call is met ingang van 1 april een tweede call voor dezelfde doelgroep gelanceerd. Het Ministerieel Besluit van 31 maart 2004, dat verscheen in het Staatsblad van 6 mei 2004, regelt deze tweede call voor het indienen van de projectvoorstellen tot en met 31 december 2004.
KMO's kunnen, in het kader van het economisch ondersteuningsbeleid, steun krijgen in ruil voor investeringen in het Vlaamse Gewest. Die steun wordt toegekend onder de vorm groeipremies.
De Vlaamse Overheid publiceert maximum twee calls per jaar op haar website (www.vlaanderen.be/groeipremie). KMO's kunnen daarop inschrijven en de beste kandidaten krijgen via een wedstrijdformule subsidies toegewezen. Daarbij worden de aanvragen onderling vergeleken op basis van de beoordelingscriteria uit het Ministerieel Besluit van 31 maart 2004. Na deze beoordeling worden de projecten opgenomen in een rangschikking. De beschikbare middelen worden toegekend aan de best gerangschikte projecten.
Aangezien aan elke oproep een beperkte subsidie-enveloppe hangt, is de rangschikking van groot belang. De best gerangschikte aanvragen krijgen als eerste een subsidie. Is de subsidie-enveloppe op, dan krijgen de lager gerangschikten geen subsidies meer. De subsidie-enveloppe voor deze tweede call bedraagt 30 miljoen euro.
Het formulier voor het aanvragen van groeipremies kan worden gedownloaded van de site van de Vlaamse Overheid.
Het Ministerieel Besluit van 31 maart 2004 treedt in werking op 1 april 2004.
Info : ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling Economisch Ondersteuningsbeleid, Markiesstraat 1 te 1000 Brussel , e-mail: groeipremie@vlaanderen.be.
Bron: Ministerieel besluit van 31 maart 2004 tot uitvoering van artikel 3 van het ministerieel besluit van 18 november 2003 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 10 oktober 2003 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen in het Vlaamse Gewest (B.S. 6 mei 2004, bl. 37026).
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2004-05-06&numac=2004035661#top
Terug naar begin
Nieuwe KMO-criteria voor gunstregime afschrijvingen
Naar aanleiding van het arrest van het Arbitragehof van 31 maart 2004 worden de fiscale bepalingen met betrekking tot afschrijvingen in de vennootschapsbelasting aangepast. Vanaf aanslagjaar 2005 wordt een nieuw criterium ingevoerd om te beoordelen of een vennootschap als klein moet worden beschouwd en of die aldus de proratering van de afschrijvingen in het eerste jaar niet hoeft toe te passen. Het nieuwe criterium is gewoon de vennootschapsrechtelijke omschrijving van kleine vennootschappen.
Proratering van afschrijvingen voor grote ondernemingen
Met de hervorming van de vennootschapsbelasting (Wet van 24 december 2002) zijn de afschrijvingsregels gewijzigd voor vennootschappen die uitgesloten zijn van het verminderde tarief inzake vennootschapsbelasting: die vennootschappen mogen de eerste afschrijvingannuïteit tijdens het boekjaar van de aankoop nog slechts pro rata temporis als beroepskosten in mindering brengen, en de bij de aankoop komende kosten moeten aan hetzelfde ritme als het aangekochte actief worden afgeschreven (art. 196 § 2 WIB 1992).
Vennootschappen die daarentegen in aanmerking komen voor het verminderde tarief inzake vennootschapsbelasting, konden nog steeds tijdens het jaar van aanschaffing van een afschrijfbaar actiefbestanddeel, een afschrijving voor een volledig jaar als beroepskosten in mindering brengen. Bovendien konden die vennootschappen de bij de aankoop komende kosten naar wens afschrijven. Die uitzondering paste in de doelstelling van de wetgever om de autofinanciering van KMO's aan te moedigen.
Arbitragehof verwerpt onderscheid
Het Arbitragehof heeft in zijn arrest van 31 maart 2004 het fiscale criterium om een onderscheid te maken tussen wie wel en wie niet onder die maatregel valt, vernietigd. Dat betekent dat vanaf het aanslagjaar 2005 de nieuwe bepalingen (pro rata temporis afschrijven tijdens het jaar van aanschaf, en afschrijving van de bijkomende kosten over dezelfde duur als het hoofdbestanddeel) van toepassing worden op alle vennootschappen, zowel kleine als grote (arrest nr. 59/2004, http://www.arbitrage.be/public/n/2004/2004-059n.pdf).
Het Arbitragehof handhaaft de maatregel alleen voor het lopende aanslagjaar 2004, om te vermijden dat door de vernietiging van de bestreden bepaling een fiscale onzekerheid en rechtsonzekerheid ontstaat die nog groter is dan die die door de bepaling zelf wordt gecreëerd. Dat betekent dat de verstrengde afschrijvingsregels met ingang van aanslagjaar 2005 ook op KMO's van toepassing zouden zijn.
Verwijzing naar art. 15 W. Venn. i.p.v. 215 WIB 1992
Maar de regering laat het zover niet komen. Zoals al aangekondigd vlak na de uitspraak van het Arbitragehof, wordt de wet herschreven. De Ministerraad van 23 april 2004 heeft nu beslist het bestaande gunstregime inzake afschrijvingen voor kleine ondernemingen met ingang van het aanslagjaar 2005 opnieuw in te voeren voor kleine ondernemingen in de zin van artikel 15, § 1 van het Wetboek van vennootschappen.
Bedoeld worden die vennootschappen die een verkorte jaarrekening kunnen opstellen. Het gaat dan om de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die, voor het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één der volgende criteria overschrijden:
- jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50;
- jaaromzet, exclusief BTW: € 6 250 000;
- balanstotaal: € 3 125 000;
tenzij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt.
De regering is daarbij ingegaan op de suggestie van de Raad van State, die bij de opmaak van de wet reeds voorgesteld had een ander criterium te hanteren om het onderscheid tussen KMO's en niet-KMO's te maken.
In de praktijk betekent dat ook dat voortaan (vanaf aj. 2005) een groter aantal vennootschappen het gunstregime inzake afschrijvingen kan genieten. Financiën houdt rekening met verschillende tienduizenden méér. Het ontwerp zit nu bij de Raad van State, die een spoedadvies moet afleveren.
Discussie van de baan?
Of met die beslissing van de ministerraad elke discussie van de baan is, valt sterk te betwijfelen. Momenteel wordt een aantal fiscale gunstmaatregelen nog steeds voorbehouden aan vennootschappen die in aanmerking komen voor het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting. Denk bijvoorbeeld aan de investeringsreserve. Voorlopig blijft voor de andere fiscale gunstmaatregelen dat onderscheid bestaan, en blijft dus ook de kans bestaan dat daarover prejudiciële vragen gesteld worden aan het Arbitragehof.
Het lijkt ons hoe dan ook niet erg billijk om voor de verschillende fiscale gunstmaatregelen verschillende KMO-definities te hanteren. Er waren in totaal al vier verschillende fiscale KMO-definities, en daar komt er nu dus zelfs nog een bij. In die zin is een bijkomend initiatief van de wetgever gewenst. In ieder geval heeft de oppositie reeds actie aangekondigd. In februari 2004 is een wetsvoorstel ingediend waarbij de definitie van kleine vennootschappen in artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen nog als enig criterium zou gelden in het hele WIB 1992 (Gedr. St. Kamer, 2003-04, 763/1, 5). Of dat voorstel een kans maakt, is natuurlijk hoogst onzeker. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
Bron: Ministerraad d.d. 23 april 2004 & Tax Today Kluwer
http://www.belgium.be/eportal/application?pageid=contentPage&docId=34514
Terug naar begin
BVBA onder controle
"Om de strijd tegen de fiscale fraude op te voeren en om te zorgen voor een betere inning van de belastingen” besliste minister Onkelinckx om het bedrag dat verplicht moet worden volgestort bij de oprichting van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid door een persoon op te trekken van 6.200 tot 12.400 EUR.
De voor de hand liggende bedoeling van deze maatregel bestaat erin om het onderpand van de schuldeisers, uiteraard met inbegrip van de fiscus, waarop ze hun vorderingen kunnen doen gelden indien de schuldenaar in gebreke blijft, te verhogen. Daar is niets op tegen, maar is de maatregel wel billijk? Wanneer verschillende personen een zelfde soort vennootschap oprichten moeten ze slechts 6.200 EUR volstorten. Het verhaal wordt waarschijnlijk nog vervolgd.
Terug naar begin
Aanschaf nieuwe wagen
Wanneer u een nieuwe wagen wenst te kopen, kunt u misschien beter nog even geduld uitoefenen. Vanaf 1 januari 2005 geeft de overheid immers een belastingvermindering gelijk aan 15% van de werkelijk betaalde uitgaven zonder dat het bedrag van deze vermindering hoger mag zijn dan 3.280 EUR bij de aankoop van iedere personenauto, auto voor dubbel gebruik of minibus met een maximale uitstoot van 105 gram CO² per kilometer.
Voor de voertuigen waarvan de uitstoot tussen 105 en 115 gram bedraagt komen deze bedragen neer op resp. 3% en 615 EUR. De maatregel die deel uitmaakt van de programmawet, die momenteel wordt behandeld, is alleen van toepassing op particulieren.
Terug naar begin
Wijziging percentages restaurantkosten: percentage niet aftrekbaarheid van 50% naar 37,5 %
M.a.w. Gaat met ingang van 01.01.2004 het percentage aftrekbaarheid van 50 % naar 62,50 %. De verdere uitvoering van de verhoging van de aftrekbaarheid dient (lees tot 75%) bij KB na ministerraad te worden vastgelegd. Dit geldt eveneens voor de buitenlandse waar dit een beperking betekent.
De publicatie van de Wet van 10 MEI 2004 is in het Belgisch Staatsblad van 25 Mei 2004 verschenen; Wet tot wijziging van artikel 53 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 op het vlak van de restaurantkosten (1), bl. 40127.
Terug naar begin
Copyright © VANTHIENEN, VERCAUTEREN & CO BVBA. Alle rechten voorbehouden - All rights reserved - www.tax-accountancy.be
De redactie staat in voor de betrouwbaarheid van de in haar uitgaven opgenomen info, waarvoor zij echter niet aansprakelijk kan worden gesteld. Alle behandelde onderwerpen zijn er enkel voor informatiedoeleinden en verschaffen geen juridisch advies. De gegevens worden medegedeeld onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis en brengen geen raadgever-cliënt en/of lasthebber-cliënt relatie tot stand.
Eerste vernietigingsberoep tegen fiscale amnestie afgewezen
12/05/2004
Het Arbitragehof heeft zich al uitgesproken over een eerste vernietigingsberoep tegen de wet op de fiscale amnestie (Wet van 31 december 2003 houdende invoering van een eenmalige bevrijdende aangifte). Let wel: het gaat niet om het verzoek tot vernietiging waarvan een grote politieke partij ooit gesproken heeft.
De verzoeker haalde ondermeer volgende argumenten aan om de fiscale amnestie discriminerend te noemen:
«Zelfstandigen die elke tien jaren een vennootschap hebben opgericht in Brussel kennen geen controles!!! Dit is pure discriminatie, temeer [daar] het nu juist die mensen vanuit Brussel zijn die hun jarenlange gefraudeerde en/of zwart geld nu nog eens kunnen witwassen, met toelating van de georganiseerde bende die op dit moment ons land naar de afgrond regeert!!!»
«In een zogenaamde democratie dat zich België noemt, wordt met deze wet het rechtssysteem volledig buiten spel gezet. Dat kan toch niet in een zogenaamde rechtsstaat?»
«… wie eerlijk is, kan noch zwart, noch fraude-, noch crimineel geld binnenbrengen, buitenlandse bendes wel, dit is pure discriminatie».
«De fiscale amnestiewet is op vele vlakken volledig onterecht, discriminerend in binnen- en buitenland, volledig ondemocratisch en [maakt] van het rechtssysteem een overbodige zaak».
Het hof stelt echter vast dat het verzoekschrift niet precies aangeeft welke regels door welke bepalingen uit de wet geschonden zouden zijn, zodat het beroep tot vernietiging onontvankelijk verklaard wordt.
Bron: Arbitragehof 5 mei 2004, arrest nr. 77/2004
http://www.arbitrage.be/public/n/2004/2004-077n.pdf
«Levenslange» schulden? Niet altijd…
Iedereen kent de term «verjaring» omdat hij regelmatig ter sprake komt in de juridische actualiteit. In werkelijkheid is dit begrip veel ruimer en geldt het ook voor schulden.
De invoering van de verjaring in het recht streeft drie doelstellingen na:
- Beletten dat er tot in het oneindige processen worden gevoerd terwijl de bewijsstukken mettertijd reeds verloren zouden zijn of uit het geheugen van de mensen gewist zouden zijn;
- Het invoeren van een soort van sanctie tegenover de slordige schuldeiser.
- Voorkomen dat de verstreken tijd zou leiden tot achterstallen die een ware financiële ramp veroorzaken.
Soorten schulden en verjaringen
Wij zullen ons hier beperken tot een reeks courante gevallen die u rechtstreeks kunnen interesseren, uiteraard wetende dat er ook zeer uitzonderlijke situaties bestaan. De verjaringstermijnen zijn bepaald door verschillende wetten en zijn nogal uiteenlopend.
Vervolgens zullen we de gevallen onderzoeken waarin de verjaringstermijnen onderbroken zijn.
1. De algemene regel die voor 27.07.1998 van toepassing was voor bijna alle schulden, voorzag een verjaringstermijn van 30 jaar.
Maar in 1998 heeft de wetgever deze bepalingen grondig gewijzigd, met als resultaat dat de toepasbare termijn voor de meeste schulden niet meer dan 10 jaar en zelfs 5 jaar bedraagt.
2. Dit is de nieuwe algemene regel:
- Als een schuld gemaakt is in het kader van een contract, dan geldt een verjaringstermijn van 10 jaar;
- Als een schuld niet gemaakt is in het kader van een contract, dan bedraagt de verjaringstermijn 5 jaar.
- Voor alles wat de «zakelijke rechtsvorderingen» aangaat, d.w.z. ondermeer betreffende de eigendomsrechten van een gebouw, geldt nog altijd een verjaringstermijn van 30 jaar.
3. Specifieke gevallen:
- Kredietovereenkomsten: in principe bedraagt de verjaringstermijn 10 jaar, maar de termijn voor de intresten, met name de nalatigheidsintresten, duurt 5 jaar.
Toch geldt de termijn van 5 jaar voor de totaliteit van de maandelijkse afbetaling wanneer deze laatste bestaat uit een deel van het kapitaal en een deel van de intresten (Hof van Cassatie, 24.04.1998).
- Facturen van elektriciteit, water, de levering van energie in het algemeen: 10 jaar.
- Factuur van een handelaar aan een particulier die geen handelaar is: 1 jaar (maar als het gaat om de plaatsing van bijvoorbeeld een Cv-ketel, dan kan men niet spreken van een gewone verkoop van een goed of een artikel. Dan spreekt men van een aannemingscontract en de verjaringstermijn hiervoor is 10 jaar).
- Facturen van dokters en ziekenhuizen: 2 jaar
Opgelet: als de mutualiteit u niet de geldsom terugstort waarop u meent recht te hebben, en als het gaat om een medische schuldeis, dan geldt ook voor u de verjaringstermijn van twee jaar! Met andere woorden: reageer meteen!
- Alimentatie (achterstallige): 5 jaar.
- Huur (achterstallige): 5 jaar, huur (bedrag van de indexering): 1 jaar.
- Erelonen van advocaten en experts: 5 jaar
- Erelonen van gerechtsdeurwaarders: 1 jaar
- Verzekeringen: 3 jaar
Een schuldeiser dagvaardt mij voor een verjaarde schuldeis: moet ik mij hiermee nog bezighouden?
Ja! De verjaring wordt namelijk niet automatisch toegekend door de rechter. Met andere woorden, u moet u ofwel voor de rechtbank melden, ofwel u laten vertegenwoordigen door een advocaat en de verjaring argumenteren.
Als u niet reageert en u afwezig bent of u niet laat vertegenwoordigen op de zitting, dan zal de schuldeiser uw veroordeling bekomen, zelfs als de schuldeis verjaard is.
Kan de verjaring onderbroken worden?
De verjaring wordt onderbroken (met andere woorden, de tellers worden weer op nul gezet) als:
- U een schuldbekentenis ondertekent. Het vragen van uitstel voor betaling komt neer op een expliciete of een stilzwijgende schuldbekentenis.
- De schuldeiser juridische stappen zet (dagvaarding, veroordeling of beslagname).
- De verjaring wordt niet onderbroken door een gewone brief, een aangetekend schrijven, een ingebrekestelling van de schuldeiser of het incassobureau belast met het recupereren van het geld.
Bronnen:
- Integrale tekst op http://www.dignitas.be
- Budget en Rechten, «Schulden blijven niet eeuwig bestaan», juli-augustus 2001, nr. 157
- Hof van Cassatie, Nederlandstalige afdeling, eerste Kamer, Arrest RC984 N1_2
- Vieujean Edouard (onder coördinatie van), «La prescription», Edition Formation Permanente CUP, Luik, 1998
Wat kunt u verbouwen tegen 6 % BTW ?
Het BTW-tarief van 6 % voor werken aan woningen tussen 5 en 15 jaar werd verlengd tot eind 2005. Voor welke werken kunt u dit gunsttarief genieten ?
6 % i.p.v. 21 % BTW. Renovatie-, verbeterings- of herstellingswerken aan uw woning kunt u laten factureren tegen 6 % i.p.v. tegen 21 % BTW. De werken moeten wel uitgevoerd worden door een geregistreerde aannemer aan een woning die hoofdzakelijk privé gebruikt wordt en die in principe sinds meer dan 15 jaar in gebruik is. Maar tot eind 2005 geldt dit ook nog voor werken aan woningen die minstens 5 jaar in gebruik zijn. Opgelet de attesten die dienen ondertekend te worden door de klant staan op onze klantenportaal.
Is uw woning 5 jaar ? Om dit uit te maken, moet u beginnen te tellen vanaf de dag waarop de woning effectief voor het eerst in gebruik genomen werd door uzelf of eventueel door de vorige eigenaar. De woning moet dan in principe vijf jaar in gebruik zijn bij de beëindiging van de werken.
Werken aan het privédeel. Enkel de werken die worden uitgevoerd aan het privédeel van uw woning komen in aanmerking voor het verlaagd BTW-tarief. Werken aan uw praktijk of zaak die u afschrijft, moet u in principe dus laten factureren tegen 21 % BTW.
Tip. Laat u aan een zgn. gemengde woning werken uitvoeren die zowel op de zaak als op het privédeel van de woning betrekking hebben (bv. vernieuwen van het dak), dan betaalt u mogelijk toch slechts 6 % BTW op het volledige bedrag. De voorwaarde is dan dat u één factuur laat opmaken en dat het privégedeelte van uw woning groter is dan het beroepsgedeelte.
Welke werken ? In principe kunt u de meeste "normale" verbouwingswerken tegen 6 % BTW laten factureren. Het mag zelfs redelijk ver gaan. Zolang de muren van het oude gebouw overeind blijven zal de fiscus een verbouwing immers niet als een nieuwbouw (waarop 21 % BTW betaald moet worden) beschouwen. Ook als u een gedeelte laat bijbouwen aan uw woning (bv. een veranda, een uitbreiding van de woonkamer), betaalt u 6 % BTW als de oppervlakte van het oude gedeelte groter blijft dan die van het aangebouwde gedeelte.
Ook buiten ? In bepaalde gevallen geldt het verlaagd BTW-tarief ook voor werken die u niet aan uw woning zelf laat uitvoeren. Zo zal u bv. 6 % BTW betalen voor het aanleggen van een oprit als die met de openbare weg "verbonden" is, terwijl u voor een parking steeds 21 % BTW betaalt. Ook een terras valt onder de 6 % op voorwaarde dat het terras grenst aan de woning. Het aanleggen van een tuin, een tuinhuisje of een tuinpad, een afsluiting, een zwembad, enz. zijn evenwel uitgesloten van het verlaagd BTW-tarief.
Copyright © VANTHIENEN, VERCAUTEREN & CO BVBA. Alle rechten voorbehouden - All rights reserved - www.tax-accountancy.be
De redactie staat in voor de betrouwbaarheid van de in haar uitgaven opgenomen info, waarvoor zij echter niet aansprakelijk kan worden gesteld. Alle behandelde onderwerpen zijn er enkel voor informatiedoeleinden en verschaffen geen juridisch advies. De gegevens worden medegedeeld onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis en brengen geen raadgever-cliënt en/of lasthebber-cliënt relatie tot stand.
BTW Tarief non-alcoholische dranken naar 6%
Speciaal voor onze klanten actief in de horeca laten wij een bijkomende nieuwsflash.
Wat we al wisten is dat het BTW tarief op non-alcoholische dranken verlaagd werd van 21% naar 6% BTW tarief (zie onze nieuwflash van 07/04/04). Hetgeen nog niet 100% duidelijk was betreft in hoeverre het 6% BTW tarief van toepassing was bij verkoop dan wel wanneer men spreekt van een dienstverlening (en de klassieke 21% Van toepassing is).
Welnu heeft de BTW administratie ons bevestigt dat het wel degelijk de klassieke regeling is welke van toepassing wordt geacht. Dit betekent indien we louter spreken van een verkoop zonder verdere diensten (= het niet nuttigen ter plaatse van de dranken) is de verkoop te aanzien als een loutere verkoop (lees geen dienst) waarbij het BTW van 6% toepassing is. We denken dan concreet aan drankautomaten buiten en alle drankverkopen binnen in de handelszaak waarbij het de bedoeling van de klant is deze niet te nuttigen in het etablissement zelf maar elders.
Hou hiermee rekening dat een groot deel van uw verkopen van non-alcoholische dranken wellicht onder toepassing vallen van het 6% BTW tarief en dit vanaf 1 april 2004.
Copyright © VANTHIENEN, VERCAUTEREN & CO BVBA. Alle rechten voorbehouden - All rights reserved - www.tax-accountancy.be
De redactie staat in voor de betrouwbaarheid van de in haar uitgaven opgenomen info, waarvoor zij echter niet aansprakelijk kan worden gesteld. Alle behandelde onderwerpen zijn er enkel voor informatiedoeleinden en verschaffen geen juridisch advies. De gegevens worden medegedeeld onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis en brengen geen raadgever-cliënt en/of lasthebber-cliënt relatie tot stand.
Aangifteformulier PB aj. 2004 in het Staatsblad
Zoals reeds gemeld in een vorige nieuwsbrief is het nieuwe formulier voor de aangifte in de Personenbelasting (PB) voor het aanslagjaar 2004 is verschenen in het Staatsblad van 6 april 2004. Er zijn heel wat inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van vorig jaar. Vanaf dit jaar is het ook mogelijk om deel 2 van de PB-aangifte elektronisch in te vullen. De uiterste indieningsdatum is 30 juli 2004.
Vorig jaar kon de PB-aangifte voor het eerst niet alleen elektronisch ingevuld maar ook elektronisch ingediend worden via "Tax-on-web" (www.taxonweb.be). Dat systeem is nu voor aj. 2004 uitgebreid :
- naast deel 1 is nu ook deel 2 van de aangifte elektronisch beschikbaar;
- ook een volmachthouder (mandataris) kan de aangifte nu elektronisch invullen. Belastingplichtigen die deel 2 van de PB-aangifte nodig hebben, laten dat immers bijna altijd invullen door hun boekhouder, accountant of fiscalist;
- bijlagen bij de PB-aangifte kunnen nu ook elektronisch worden meegestuurd. Op de site van Finform (www.finform.be) zal een standaardformulier beschikbaar komen waarvan men zelf een bijlage kan maken die nadien opgeladen kan worden in Tax-on-web. De PB-aangifte wordt wel pas op 25 mei 2004 operationeel op Tax-on-web.
Het nieuwe aangifteformulier bevat niet alleen heel wat inhoudelijke wijzigingen, ook de schikking is nieuw :
Deel 1 :
- Vak I. "Bankrekening, telefoonnummer en beroep" : voortaan is het mogelijk om een eventuele terugbetaling te laten storten op een buitenlandse rekening;
- Het vak met de diverse inkomsten wordt opgesplitst en verhuist grotendeels naar deel 2 van de aangifte. In deel 1 blijft alleen Vak VI. "Ontvangen onderhoudsuitkeringen" over;
- In Vak IX. "(Uitgaven die recht geven op) belastingverminderingen" moeten nu ook de betalingen voor dienstencheques, de vermindering voor energiebesparende investeringen, de vermindering voor renovatie in een zone voor positief grootstedelijk beleid en de vermindering voor de aankoop van obligaties van het Kringloopfonds worden ingevuld;
Deel 2 :
- Er komen twee nieuwe vakken in deel 2 bij, nl. Vak XII. "Diverse inkomsten" en Vak XVII. "Bezoldigingen van meewerkende echtgenoten".
Bij Vak XII. zijn er geen inhoudelijke wijzigingen. Vak XVII. is helemaal nieuw en heeft te maken met het nieuw volwaardig sociaal statuut van de meewerkende echtgenoot. In dit vak moeten worden ingevuld : de (bruto) toegekende bezoldigingen, de sociale bijdragen, de beroepsinkomsten en de eventuele toegekende bezoldigingen die inkomsten uit een beroep zijn;
- Bij punt 6. Beroepsinkomsten van Vak XIV. "Winst uit nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen" en bij punt 7. Andere beroepskosten van Vak XV. "Baten van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden" wordt een code toegevoegd voor de nieuwe categorie van bezoldigingen van de meewerkende echtgenoot;
- Vak XIX. "Eerste vestiging als zelfstandige" : om te bepalen of de meewerkende echtgenoot recht heeft op de vrijstelling van voorafbetalingen voor de eerste drie jaar van de vestiging als zelfstandige, moet worden gekeken naar de eerste vestiging van de geholpen echtgenoot.
Bron: Koninklijk besluit van 29 maart 2004 tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake personenbelasting voor het aanslagjaar 2004 en van de voorwaarden die het mogelijk maken om de in dat formulier gevraagde gegevens bij middel van computerafdrukken te verstrekken (B.S. 6 april 2004, bl. 18996).
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2004-04-06&numac=2004003170#top
PC-prive-plan: KB m.b.t. RSZ-luik gepubliceerd
Belgisch Staatsblad van 30 april 2004
In het Belgisch Staatsblad van 30 april 2004 is het KB van 27 april 2004 verschenen dat het RSZ-luik omvat dat het PC-privé-plan regelt.
Dit KB voorziet enerzijds in een uitsluiting van het RSZ-loonbegrip van de werkgeverstussenkomst in het kader van het PC-privé-plan. Anderzijds voorziet het KB ook in een forfaitaire raming voor het voordeel in natura m.b.t. de gratis terbeschikkingstelling van een PC of internetabonnement en -aansluiting door de werkgever.
Dit KB heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003.
Voordelen in natura: omzetting in euro
Belgisch Staatsblad van 30 april 2004
N.a.v. de publicatie van het KB m.b.t. het RSZ-luik van het PC-privé-plan, werden via dit KB ook een aantal bedragen in euro omgezet. In de wetgeving stonden nog de bedragen uitgedrukt in Belgische franken.
Het betreft volgende voordelen in natura:
kost en, wanneer de werknemer niet over een huis of verschillende woonvertrekken beschikt, inwoning, worden als volgt geschat:
- eerste maaltijd (ontbijt): 0,55 euro;
- tweede maaltijd (hoofdmaaltijd): 1,09 euro;
- derde maaltijd (avondmaal): 0,84 euro;
- inwoning (per dag): 0,74 euro.
SD past deze bedragen reeds zo toe na de omzetting in euro. Deze wijziging heeft dus niet meteen concrete gevolgen.
Het KB heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003.
Aandelenopties aanvaard na het verstrijken van de aanbodtermijn: de minister doet uitspraak
In het antwoord op een parlementaire vraag doet de Minister van Financiën nu uitspraak over de fiscale behandeling van aandelenopties die niet binnen een termijn van 60 dagen volgend op het aanbod werden aanvaard.
De minister stelt dat aandelenopties in dat geval moeten belast worden, niet overeenkomstig de Aandelenoptiewet, maar zoals een voordelig aandelenplan, d.w.z. belasting op het verschil tussen de werkelijke waarde van de aandelen en de lagere uitoefenprijs.
Begrip
Een aandelenoptie geeft aan de houder ervan het recht aandelen te kopen gedurende een vooraf bepaalde periode, tegen een vooraf bepaalde prijs.
Conclusie
Aandelenopties worden belast :
- volgens de Aandelenoptiewet :
· dit veronderstelt aanvaarding binnen de 60 dagen
· belasting op moment van toekenning
· belasting op forfaitaire basis
- als voordelig aandelenoptieplan :
· indien geen aanvaarding binnen de 60 dagen volgend op het aanbod
· Aandelenoptiewet niet toepasselijk
· belasting op moment van uitoefening van de aandelenoptie
· belasting op het verschil tussen de werkelijke waarde van de aandelen en de lagere uitoefenprijs
Bron info: Vraag nr. 272 van de heer François Bellot van 20 januari 2004 aan de minister van Financiën, Schriftelijke vragen en antwoorden, nr. 27, p.4179.
Copyright © VANTHIENEN, VERCAUTEREN & CO BVBA. Alle rechten voorbehouden - All rights reserved - www.tax-accountancy.be
De redactie staat in voor de betrouwbaarheid van de in haar uitgaven opgenomen info, waarvoor zij echter niet aansprakelijk kan worden gesteld. Alle behandelde onderwerpen zijn er enkel voor informatiedoeleinden en verschaffen geen juridisch advies. De gegevens worden medegedeeld onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis en brengen geen raadgever-cliënt en/of lasthebber-cliënt relatie tot stand.
Inkorting verjaringstermijn voor inning socialezekerheidsbijdragen op komst?
De sociale partners hebben gevraagd dat de verjaringstermijn voor de inning van socialezekerheidsbijdragen op drie jaar zou worden vastgesteld, behoudens in geval van fraude (interprofessioneel akkoord van 22 december 2000, betreffende de administratieve vereenvoudiging en rechtszekerheid).
Op 16 maart 2004 heeft de Nationale Arbeidsraad (NAR) hierover een positief advies uitgebracht, maar de inkorting moet nog wel wettelijk bevestigd worden.
In het interprofessioneel akkoord van 22 december 2000 wordt bepaald dat “de sociale partners vragen dat, tegelijk met de vereenvoudiging van de regelingen inzake bijdrageverminderingen, de verjaringstermijn voor de inning van de socialezekerheidsbijdragen opnieuw op drie jaar wordt vastgesteld, behoudens in geval van fraude.”
Deze vraag komt neer op een inkorting van de bedoelde verjaringstermijn van vijf tot drie jaar.
De sociale partners vinden deze inkorting verantwoord, omdat de vereenvoudiging van de regelingen inzake vermindering van socialezekerheidsbijdragen zou toelaten de achterstand van de RSZ bij de invordering van de bijdragen te verkleinen.
Deze vereenvoudiging, waaraan de vraag tot verkorting van de verjaringstermijn gekoppeld is, is reeds gerealiseerd door de programmawet van december 2003 (inwerkingtreding op 1 januari 2004).
De NAR acht het wenselijk dat ook de verkorting van de verjaringstermijn op 1 januari 2004 in voege zou treden. Voor de toepassing van die nieuwe termijn evenwel adviseert de Raad dat deze pas zou gelden voor de door de werkgever verschuldigde bijdragen die vanaf het eerste kwartaal 2004 ontstaan.
In geval van fraude door de werkgever mag de verjaringstermijn van drie jaar niet gelden, volgens de Raad.
De Wet op de Aanvullende Pensioenen: een overzicht
De Wet op aanvullende Pensioenen (WAP) brengt een aantal ingrijpende veranderingen aan in de reglementering rond aanvullende pensioenen.
Zo wordt onder andere de vroegste leeftijd voor uitbetaling van een aanvullend pensioen opgetrokken tot 60 jaar of de pensioenleeftijd, wordt er een mededelingsplicht van het aantal individuele pensioentoezeggingen ingevoerd en moet de uitvoering van een aanvullend pensioen ondergebracht worden bij een verzekeringsmaatschappij of pensioenfonds, ….
Bijgaand dossier in PDF verschaft u een inzicht in wat een aanvullend pensioen is en zet de nieuwe verplichtingen van de werkgever ingevolge de WAP op een rij.
Opmerkelijke evolutie van de publicatiesnelheid van jaarrekeningen
Belgische vennootschappen zijn verplicht om jaarlijks een jaarrekening met balans, resultatenrekening en toelichtingen neer te leggen bij de jaarrekeningcentrale van de Nationale Bank van België. Zij krijgen daartoe maximum 7 maand de tijd na de afsluiting van het boekjaar (6 maand om de cijfers samen te stellen en 1 maand om de goedkeuring van de aandeelhouders te bekomen).
Op 17 april 2003 verscheen een programmawet van 8 april 2003 in het Staatsblad. Artikel 176 van deze wet voorziet administratieve boetes voor laattijdige neerlegging i.p.v. strafrechtelijke sancties die vroeger slechts uitzonderlijk werden toegepast.
De huidige boetes bedragen: 200 euro per maand achterstand met een maximum van 1.200 euro per balans voor volledige schema’s (grote bedrijven) en 60 euro per maand met een maximum van 360 euro voor kleine bedrijven.
Niettegenstaande het feit dat in 2003 de boetes nog niet werden geïnd ( dit zal in 2004 wel het geval zijn) is de publicatiesnelheid reeds ten goede beïnvloed door de aanpassing van de wet. Deze wet heeft duidelijk zijn doel niet gemist, want de Belgische vennootschappen hebben in het jaar 2003 de jaarrekeningen veel sneller ingediend dan voordien. Niet minder dan 65.4 procent van de Belgische vennootschappen legde zijn jaarrekening binnen de vereiste termijn neer.
Dit is duidelijk een trendbreuk met de vorige jaren, aangezien toen telkens het volume correct neergelegde jaarrekeningen daalde, zelfs tot 52.7 procent in 2002. Het jaar daarvoor (2001) bedroeg het volume tijdig neergelegde jaarrekeningen nog 58.8 procent.
Graydon bemerkt ook een inhaalbeweging die een invloed had op het totale aantal in 2003 gepubliceerde balansen: het totale aantal steeg met 17.468, van 249.942 naar 267.410.
| Jaar |
Totaal aantal balansen |
Binnen termijn -7maand |
% |
Buiten termijn + 7maand |
% |
| 1997 |
225.801 |
126.298 |
56,0% |
99.503 |
44,0% |
| 1998 |
234.560 |
130.357 |
55,6% |
104.203 |
44,4% |
| 1999 |
241.690 |
129.304 |
53,5% |
112.386 |
46,5% |
| 2000 |
243.960 |
148.185 |
60,7% |
95.775 |
39,3% |
| 2001 |
249.770 |
146.752 |
58,8% |
103.018 |
41,2% |
| 2002 |
249.942 |
131.750 |
52,7% |
118.193 |
47,3% |
| 2003 |
267.410 |
174.968 |
65,4% |
92.442 |
34,5% |
Ongeveer 9.500 bedrijven hebben een geval van overmacht ingeroepen om een laattijdige publicatie te rechtvaardigen.
Publicatiesnelheid per regio:
De stijging van het aantal op tijd neergelegde balansen is het grootste in Brussel, met een verhoging van 17.1 procent. In Wallonië steeg het aantal correct neergelegde balansen met 12.2 procent en in Vlaanderen met 11.8 procent tot 70.5 procent.
| |
Totaal # balansen 2003 |
Binnen termijn -7 maand |
% in 2003 |
% in 2002 |
Buiten termijn +7 maand |
% in 2003 |
% in 2002 |
| Vlaanderen |
166.397 |
117.330 |
70,5% |
58,7% |
49.067 |
29,5% |
41,3% |
| Wallonië |
59.506 |
32.091 |
53,9% |
41,7% |
27.415 |
46,1% |
58,3% |
| Brussel |
41.507 |
25.547 |
61,5% |
44,4% |
15.960 |
38,5% |
55,6% |
Vlaamse bedrijven leggen de jaarrekeningen sneller (70.5% op tijd) neer dan in Wallonië (53.9% op tijd). In de Brusselse regio hebben 61.5% van de bedrijven de balansen binnen de wettelijke termijn van 7 maand na afsluitdatum neergelegd.
Vennootschappen die een gerechtelijke ontbinding riskeren:
Vennootschappen die gedurende 3 jaar helemaal geen jaarrekening neerlegden riskeren volgens artikel 182 van de vennootschapswet een gerechtelijke ontbinding. Door actie van de verschillende rechtbanken van koophandel is hun aantal meer dan gehalveerd, van 6.200 in 2002 naar 2.230.
Op vraag van iedere belanghebbende of van het openbaar ministerie en behoudens regularisatie van de toestand in de loop van het geding, kan de rechtbank de ontbinding uitspreken.
BESLISSING ET104710
Beslissing nr. E.T.104.710; E.T.104.711 en E.T.104.712 dd. 22.04.2004
BTW-statuut van sociale bureaus voor kunstenaars
Vanaf 1 juli 2003 worden in het kader van de nieuwe regeling van het kunstenaarsstatuut artiesten en kunstenaars in de mogelijkheid gesteld om zich aan te sluiten bij een Sociaal Bureau voor kunstenaars.
Uit het ingestelde onderzoek blijkt dat de Sociale Bureaus voor Kunstenaars (de artistieke agentschappen) in de hoedanigheid van (erkende) uitzendbureaus zullen optreden als werkgever van de kunstenaars en zorg dragen voor de inhoudingen en afdrachten van de belastingen en de RSZ.
De Sociale Bureaus voor Kunstenaars dienen diensten van scheppende kunstenaars te factureren aan de opdrachtgever met toepassing van het normale BTW-tarief van 21 pct., behoudens wanneer de handeling kan worden aangemerkt als een overdracht van auteursrechten of als het verlenen van rechten op auteursrechten. Voor zover die overdracht of het verlenen van genoemde rechten geen betrekking heeft op computerprogramma's noch op reclame, kan dan het verlaagde BTW-tarief van 6 pct. worden toegepast op grond van rubriek XXIX, cijfer 1, van tabel A, van de bijlage bij het genoemde Koninklijk Besluit nr. 20.
Het is ook mogelijk dat een door een Sociale Bureau voor Kunstenaars gefactureerde prestatie van een scheppende kunstenaar, moet worden aangemerkt als een werk in onroerende staat (b.v. aanbrengen of restaureren van muurschilderingen, levering met plaatsing door de kunstenaar van glasramen die ingelijfd worden in het gebouw, enz.). In dat geval kan, in de plaats van het normale BTW-tarief van 21 pct., onder welbepaalde voorwaarden ook het verlaagd BTW-tarief van 6 pct. of 12 pct. in de onroerende sector van toepassing zijn (zie tijdelijke bepaling van artikel 1bis van het K.B. nr. 20 alsook tabel A, rubrieken XXXI t.e.m. XXXIII en tabel B, rubriek X van de bijlage bij het K.B. nr. 20).
Strengere vervolging van zware sociale fraude (o.a. zwartwerk)
De Regering heeft beslist om de sociale fraude zwaar(der) aan te pakken (Ministerraad van 30 maart 2004). Eén van de aangekondigde maatregelen is bijvoorbeeld de hervorming van het sociaal strafrecht. Er moet een eenvormige regeling komen waarbij duidelijk is wanneer strafrechtelijk opgetreden wordt, en in welke gevallen een burgerrechtelijke of administratieve afhandeling aangewezen is.
Het gaat om:
- het in het zwart tewerkstellen van minstens vijf personen;
- het tewerkstellen van minstens drie buitenlandse werknemers zonder de nodige vergunningen;
- het uitbuiten van werknemers die het slachtoffer zijn van mensenhandel;
- zware arbeidsongevallen en ziektes veroorzaakt door het niet-naleven van de wetgeving voor welzijn op het werk;
- het verhinderen van sociale inspectie.
Aanpassing afschrijvingsregels inzake vennootschapsbelasting
(2004-04-23)
Persbericht van de Ministerraad
Naar aanleiding van het arrest (*) van het Arbitragehof worden de fiscale bepalingen met betrekking tot afschrijvingen in de vennootschapsbelasting aangepast.
Door de hervorming van de vennootschapsbelasting (wet van 24 december 2002) werden de afschrijvingsregels voor de vennootschappen die uitgesloten waren van het verminderde tarief inzake vennootschapsbelasting gewijzigd in die zin dat die vennootschappen de eerste afschrijvingannuïteit tijdens het boekjaar van de aankoop slechts pro rata temporis als beroepskosten in mindering kunnen brengen en dat de bij de aankoop komende kosten samen met het aangekocht actief moeten worden afgeschreven.
Vennootschappen die daarentegen in aanmerking komen voor het verminderde tarief inzake vennootschapsbelasting konden nog steeds tijdens het jaar van aanschaffing van een afschrijfbaar actiefbestanddeel een afschrijving voor een volledig jaar als beroepskosten in mindering brengen. Bovendien konden die vennootschappen de bij de aankoop komende kosten naar wens afschrijven.
Het Arbitragehof heeft in het arrest van 31 maart 2004 het fiscale criterium om een onderscheid te maken van wie wel en niet onder de toepassing van deze maatregel valt vernietigt in die zin dat vanaf het aanslagjaar 2005 de nieuwe bepalingen (pro rata temporis van afschrijvingen tijdens het jaar van aanschaf en afschrijving van de bij de aankoop komende kosten over dezelfde duur als het hoofdbestanddeel) van toepassing worden op alle vennootschappen (zowel kleine als grote vennootschappen).
De Ministerraad heeft beslist het voorheen bestaande gunstregime inzake afschrijvingen voor kleine ondernemingen met ingang van het aanslagjaar 2005 opnieuw in te voeren voor kleine ondernemingen in de zin van artikel 15, § 1 van het Wetboek van vennootschappen. Bedoeld worden die vennootschappen die een verkorte jaarrekening kunnen opstellen t.t.z. : de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die voor het laatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één der volgende criteria overschrijden :
- jaargemiddelde van het personeelsbestand : 50;
- jaaromzet, exclusief de BTW : 6.250.000 euro;
- balanstotaal : 3.125.000 euro;
tenzij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt.
In tegenstelling tot voorheen zullen thans een groter aantal vennootschappen van het gunstregime inzake afschrijvingen kunnen genieten.
Zowel het V.B.O., F.E.B., Unizo als UCM waren vragende partij om het gunstregime als dusdanig uit te breiden.
(*) nr. 59/2004 van 31 maart 2004.
Kabinet van de Minister van Financiën
Wetstraat 12
1000 Brussel
de heer Laurent Burton
Tel.: 02/233.80.26
Fax: 02/233.76.99
laurent.burton@ckfin.minfin.be
De Algemene Directie Externe Communicatie Kanselarij van de Eerste Minister kan u bereiken op het volgende adres: cmr@premier.fed.be
Kadaster voor iedereen
27 april 2004
Boekhouders, accountants en fiscalisten, die veel tijd verliezen bij het opvragen van de gegevens van het kadaster, kunnen een gat in de lucht springen. Minister Reynders wil hen op korte termijn via het internet toegang verlenen tot de databank.
Namelijk vanaf het ogenblik dat het Communicatiecentrum van de Federale Fiscaliteit (CCFF) operationeel zal zijn en dienst kan doen als portaal tussen de administratie en de buitenwereld.
Een light versie wordt momenteel getest binnen de Federale Overheidsdienst Financiën.
Copyright © VANTHIENEN, VERCAUTEREN & CO BVBA. Alle rechten voorbehouden - All rights reserved - www.tax-accountancy.be
De redactie staat in voor de betrouwbaarheid van de in haar uitgaven opgenomen info, waarvoor zij echter niet aansprakelijk kan worden gesteld. Alle behandelde onderwerpen zijn er enkel voor informatiedoeleinden en verschaffen geen juridisch advies. De gegevens worden medegedeeld onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis en brengen geen raadgever-cliënt en/of lasthebber-cliënt relatie tot stand.
Percentages investeringsaftrek voor aj. 2005 blijven dezelfde
De percentages voor de investeringsaftrek voor investeringen gedaan tijdens het belastbare tijdperk dat aan aj. 2005 verbonden is, zijn verschenen in het Staatsblad van 5 maart 2004. De percentages zijn ongewijzigd tegenover vorig jaar.
Percentages
| |
Natuurlijke personen |
KMO's |
Andere Vennootschappen |
| Octrooien |
13,5 % |
13,5 % |
13,5 % |
| Energiebesparende investeringen |
13,5 % |
13,5 % |
13,5 % |
| Groene investeringen |
13,5 % |
13,5 % |
13,5 % |
| Investeringen in beveiliging |
13,5 % |
13,5 % |
- |
| Hergebruik van verpakkingen |
-2 |
3 %2 |
3 % |
| Investeringen in zeeschepen |
- |
30 % |
30 % |
| Andere investeringen |
3,5 % |
3%3 |
0 % |
| Gespreide aftrek groene investeringen |
20,5 % |
20,5 % |
20,5 % |
| Gespreide aftrek andere investeringen4 |
10,5 % |
10,5 % |
10,5 % |
(1) KMO's worden hier gedefinieerd als «binnenlandse vennootschappen waarvan de aandelen voor meer dan de helft toebehoren aan één of meer natuurlijke personen die de meerderheid van het stemrecht vertegenwoordigen, en die geen deel uitmaken van een groep waartoe een coördinatiecentrum behoort als vermeld in het KB nr. 187 van 30 december 1982» (art. 201 1e lid WIB 1992).
(2) Niet van toepassing voor natuurlijke personen aangezien het percentage van 3% lager ligt dan de normale investeringsaftrek. Voor KMO's zou de investeringsaftrek van 3% in theorie kunnen gelden voor zover de in (3) hieronder genoemde grens al overschreden is met andere investeringen. Een officiële stellingname van de Administratie daaromtrent is er op dit moment nog altijd niet.
(3) Enkel op de eerste schijf van € 6 908 000 aan investeringen voor aj. 2005.
(4) Belastingplichtigen, zowel natuurlijke personen als vennootschappen, die minder dan 20 werknemers tewerkstellen, kunnen, als ze dat wensen, de investeringsaftrek spreiden. De gespreide aftrek voor groene investeringen is daarentegen niet gebonden aan een maximale tewerkstelling van 20 werknemers.
De nieuwe investeringsaftrek voor investeringen in beveiliging is retroactief in werking getreden met ingang van 1 januari 2003. Hetzelfde geldt voor de aftrek voor investeringen in zeeschepen door binnenlandse vennootschappen die uitsluitend zeeschepen exploiteren en geen gebruik maken van de forfaitaire winstbelasting.
Adressen
Op een nieuw telefoonnummer na zijn de adressen ongewijzigd t.o.v. vorig jaar.
Investeringsaftrek voor milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling
Vlaams Gewest
Departement Leefmilieu en Infrastructuur
Administratie Milieu-, Natuur, Land- en Waterbeheer
Afdeling Algemeen Milieu- en Natuurbeleid
Graaf de Ferraris-gebouw
Koning Albert II-laan 20, bus 8, 1000 Brussel
tel. 02-553.80.62, fax. 02-553.80.55
Waals Gewest
Direction générale des Ressources naturelles et de l'Environnement
Direction de la Coordination de l'Environnement
Avenue Prince de Liège 15 te 5100 Jambes
tel. 081-33.51.60, fax. 081-33.65.10
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Brussels Instituut voor Milieubeheer
Gulledelle 100 te 1200 Brussel
tel. 02-775.75.75, fax. 02-775.76.79
Eenmalige investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen
Vlaams Gewest
Departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw
Administratie Economie, Afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie
North Plaza B, Koning Albert II-laan 7 te 1210 Brussel
tel. 02-553.46.00, fax. 02-553.46.01
Waals Gewest
Direction générale des Technologies, de la Recherche et de l'Energie
Division de l'Energie, Avenue Prince de Liège 7 te 5100 Jambes
tel. 081-33.55.06, fax. 081-30.66.00
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Brussels Instituut voor Milieubeheer
Gulledelle 100 te 1200 Brussel
tel. 02-775.75.75, fax. 02-775.76.79
Investeringsaftrek voor investeringen in beveiliging
Voor de investeringen in beveiliging wordt verwezen naar www.vps.fgov.be onder «preventie».
Bron: Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit. Inkomstenbelastingen. Bericht in verband met de investeringsaftrek (B.S. 5 maart 2004, ed. 1, bl. 12270).
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2004-03-05&numac=2004003091#top
Copyright © VANTHIENEN, VERCAUTEREN & CO BVBA. Alle rechten voorbehouden - All rights reserved - www.tax-accountancy.be
De redactie staat in voor de betrouwbaarheid van de in haar uitgaven opgenomen info, waarvoor zij echter niet aansprakelijk kan worden gesteld. Alle behandelde onderwerpen zijn er enkel voor informatiedoeleinden en verschaffen geen juridisch advies. De gegevens worden medegedeeld onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis en brengen geen raadgever-cliënt en/of lasthebber-cliënt relatie tot stand.
Wanneer moet een onderneming overgaan tot consolidatie van de jaarrekeningen?
De verplichting tot consolideren vloeit wettelijk voort uit het feit dat moederondernemingen samen met hun dochters bepaalde grenzen van omvang overstijgen.
Er zijn twee omstandigheden waarin een onderneming tot consolidatie moet overgaan.
Het eerste scenario is dat waarin een moederonderneming samen met haar dochters en kleindochters op geconsolideerde basis twee van de volgende criteria overschrijdt: 25.000.000 euro omzet, een balanstotaal van 12.500.000 euro en 250 werknemers.
In ieder geval ontstaat de verplichting te consolideren en een geconsolideerde jaarrekening en jaarverslag op te maken en te publiceren pas vanaf het jaar nadat men voor het eerst de criteria heeft overschreden.
Een tweede scenario is dat waarin verschillende ondernemingen samen worden gecontroleerd door éénzelfde aandeelhouder, zonder dat er tussen die ondernemingen aandeelhoudersbanden zijn, en waarbij de samensmelting van die ondernemingen ook weer aan de hoger genoemde criteria zou voldoen. Men spreekt in dit kader niet van een moeder-dochterrelatie, maar van een 'consortium' van ondernemingen.
Zowel in het eerste als in het tweede scenario is de sleutel tot de verplichting een onderneming in de 'consolidatiekring' (de groep van vennootschappen die mee geconsolideerd zullen worden) op te nemen, het feit of men al dan niet 'controle' uitoefent. En 'controle' oefent men uit indien men de meerderheid bezit in het bestuursorgaan van een onderneming, of wanneer men bij machte zou zijn deze meerderheid in het bestuursorgaan te verkrijgen. Men spreekt in dit geval van een controle 'de jure', omdat ze onomstotelijk uit de invulling van het zeggenschap voortvloeit. Een aandeelhouder wordt, behoudens bewijs van het tegendeel, vermoed over controle 'de facto' te beschikken, wanneer hij tijdens de jongste twee aandeelhoudersvergaderingen de meerderheid van de stemgerechtigde aandelen vertegenwoordigde.
In de praktijk behoort een vennootschap tot de consolidatiekring van een andere vennootschap of een groep wanneer deze (rechtstreeks of onrechtstreeks) meer dan 50 procent van de aandelen van de dochter in haar bezit heeft.
Verder moeten ook andere 'intercompany transacties' (transacties tussen verbonden ondernemingen - bijvoorbeeld moeder en dochter) worden geëlimineerd. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn: uitkeringen van dividenden en intercompany verkopen van voorraden en materiële activa. Men gaat er in de filosofie van de consolidatie van uit dat een resultaat pas is gerealiseerd nadat er verkopen hebben plaatsgevonden aan derden (die niets met de in de consolidatie opgenomen vennootschappen te maken hebben).
Maar de belangrijkste eliminatie na de optelling van beide balansen vindt plaats tussen de deelneming die de moeder in de dochter heeft enerzijds, en het kapitaal en de andere bestanddelen van het eigen vermogen van die dochter anderzijds.
Copyright © VANTHIENEN, VERCAUTEREN & CO BVBA. Alle rechten voorbehouden - All rights reserved - www.tax-accountancy.be
De redactie staat in voor de betrouwbaarheid van de in haar uitgaven opgenomen info, waarvoor zij echter niet aansprakelijk kan worden gesteld. Alle behandelde onderwerpen zijn er enkel voor informatiedoeleinden en verschaffen geen juridisch advies. De gegevens worden medegedeeld onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis en brengen geen raadgever-cliënt en/of lasthebber-cliënt relatie tot stand.
BELASTINGCONTROLE
Waar mag uw controleur komen ?
Bij een bezoek van een belastingcontroleur is het belangrijk dat u zich niet laat overdonderen en dat u uw rechten kent.
Welke ruimtes mag uw controleur betreden ? De meeste controleurs weten zelf wel waar ze precies mogen komen en ze houden zich daar meestal aan. Maar als u pech heeft, zit u net met een controleur die zich van de regels niet te veel aantrekt en die bv. ook uw privévertrekken doorzoekt. Waar mag de fiscus komen ?
Beroepsgedeelte. Als u een controleur op bezoek krijgt, bent u verplicht om hem een kijkje te laten nemen in al uw zgn. "beroepslokalen" zoals bv. de werkplaats, het magazijn, de winkelruimte, de kantoren, enz. Hieronder valt bv. ook uw kelder die dienst doet als opslagplaats of uw bureau waar u uw administratie bijwerkt.
Tip. Uw controleur mag dus wel in al uw beroepslokalen een kijkje nemen, maar hij heeft niet het recht om bv. bureaus te doorzoeken, kasten of schuiven te openen. Hij mag ook niet aan uw computer gaan zitten en bestanden openen. Hij kan wel eisen dat u hem zelf alle bestanden i.v.m. uw boekhouding bezorgt.
Privégedeelte. In uw privévertrekken mag uw controleur helemaal niet komen (tenzij hij een huiszoekingsbevel heeft). Probeert uw controleur dit toch te doen, wijs hem er dan beleefd, maar kordaat op dat dit niet mag. Hij weet immers zelf goed genoeg dat dit niet kan.
Tip. Als uw controleur onverwachts voor uw deur staat, kunt u zijn aanstellingsbewijs vragen, zodat u weet met wie u te maken heeft. Gewoonlijk kondigt uw controleur zijn bezoekje echter op voorhand aan, zodat dit meestal geen probleem vormt.
De controleur heeft enkel toegang tot de beroepslokalen. Hij heeft evenwel niet het recht om bv. bureaus te doorzoeken, kasten of schuiven te openen of zelfs aan u te vragen dit te doen.
Copyright © VANTHIENEN, VERCAUTEREN & CO BVBA. Alle rechten voorbehouden - All rights reserved - www.tax-accountancy.be
De redactie staat in voor de betrouwbaarheid van de in haar uitgaven opgenomen info, waarvoor zij echter niet aansprakelijk kan worden gesteld. Alle behandelde onderwerpen zijn er enkel voor informatiedoeleinden en verschaffen geen juridisch advies. De gegevens worden medegedeeld onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis en brengen geen raadgever-cliënt en/of lasthebber-cliënt relatie tot stand.
Een factuur verstandig protesteren
U krijgt een gepeperde factuur voorgelegd waarmee u het absoluut niet eens bent. Wat doet u dan best ?
Tip 1 : Protesteer formeel. Wat u best niet doet is de factuur gewoon terugzenden of u beperken tot een boze telefoon. Als u enkele dagen na uw telefoon geen aangepaste factuur of creditnota heeft ontvangen, stuur dan een aangetekende brief waarin u de factuur uitdrukkelijk protesteert. Bijvoorbeeld : "Hierbij protesteer ik uw factuur van..., nr. ... ". Dat mag eventueel ook per fax als het faxrapport een stuk van het eerste blad dat verzonden is weergeeft. Zo beschikt u over een degelijk bewijs dat u de factuur protesteerde. U loopt dan niet het risico dat wanneer de zaak uiteindelijk toch voor een rechter komt, deze alleen maar kan besluiten dat u gewoon een slechte betaler bent.
Tip 2 : Betaal al een deel. Een goede tactiek is het niet-betwiste gedeelte (m.a.w. het deel waarmee u het eens bent) van de factuur betalen en voor het saldo een creditnota vragen. Want als u de totale factuur onbetaald laat, dwingt u uw leverancier bijna om onmiddellijk naar een rechter te stappen. Bovendien bewijst u op deze manier uw goede trouw en brengt u hierdoor uw leverancier in een zwakkere positie. Deze weet immers dat wanneer het tot een rechtszaak zou komen, de rechter uw gedeeltelijke betaling zeker zal weten te waarderen. U maakt bovendien op die manier meer kans om tot een redelijk compromis te komen.
Tip 3 : Enkel voor BTW-plichtigen. Wat u best niet doet, is onmiddellijk de betwiste factuur laten opnemen in uw boekhouding en de BTW erop aftrekken. Er zijn immers rechters die dit beschouwen als een stilzwijgende instemming met de inhoud van de factuur.
Protesteer de ontvangen factuur met een aangetekende brief of eventueel met een "bewijskrachtige" fax. Betaal wel het onbetwiste gedeelte en vraag een creditnota voor het saldo.
Copyright © VANTHIENEN, VERCAUTEREN & CO BVBA. Alle rechten voorbehouden - All rights reserved - www.tax-accountancy.be
De redactie staat in voor de betrouwbaarheid van de in haar uitgaven opgenomen info, waarvoor zij echter niet aansprakelijk kan worden gesteld. Alle behandelde onderwerpen zijn er enkel voor informatiedoeleinden en verschaffen geen juridisch advies. De gegevens worden medegedeeld onder alle voorbehoud van recht en zonder enige nadelige erkentenis en brengen geen raadgever-cliënt en/of lasthebber-cliënt relatie tot stand.
|
|